MOED EN TROUW, het verhaal over de Antilliaanse verzetstrijders in de WOII

Delen via Whatsapp Delen via Facebook Messenger Delen via Facebook  

ma 15 juni 2020

MOED EN TROUW

Door Gilbert Engelhardt

Beste vrienden, goedemorgen of in Papiaments mòru.

Mijn vader zei altijd: “6 november is een datum om bij stil te staan en nooit te vergeten”. Hoewel mijn vader mij dit verhaal in het Papiaments vertelde en ik het aan mijn kinderen ook in het Papiaments heb doorverteld, wil ik het in het Nederlands schriftelijk vertellen. Ik wil namelijk dat ook mijn Nederlandstalige vrienden dit verhaal met en sterk Antilliaans tintje lezen, even bij stilstaan, het doorvertellen en nooit vergeten. Latin Magazine geeft mij de mogelijkheid om dit verhaal te schrijven en ik hoop dat jullie de mogelijkheid aangrijpen om het te lezen.

In dit verhaal worden er dingen aangekaart waar iedereen wel eens over heeft nagedacht en velen zullen zeggen: “Ja, daar heb ik wel van gehoord.” Ik hoop dan ook, dat velen door mijn verhaal beter geïnformeerd worden, zich aangenaam verrast weten, verwonderd raken. Bij eilandgenoten waar dit verhaal al wel bekend is, wellicht in het Papiaments, maar ver in de herinnering is weggezakt, hoop ik dat dit verhaal een golf van herinneringen kan opleveren. Al met al wil ik met mijn verhaal, wat sommigen bijna vergeten waren, op een nieuwe manier weer in de verf zetten.

Oké beste kameraden, met deze wat nevelige zinnen heb ik een haakje naar jullie uitgegooid om jullie nieuwsgierigheid te prikkelen en mijn schrijfwerk te lezen.

ENKELE ZINNEN VOORAF
Deze dagen wordt 75 jaar bevrijding van de Duitse bezetting gevierd. De bevrijding van Nederland startte begin september 1944 in Limburg en eind september 1944 was al een groot gedeelte van Brabant bevrijd. In de Noord-Brabantse stad Oisterwijk is deze bevrijding afgelopen weekeinde gevierd. Tijdens de viering was er afgelopen zaterdag een pijnlijk radiomomentje toen een politicus - die door de interviewer naar werd gevraagd - niet kon zeggen waar de naam Madurodam vandaan komt.


Dat iemand niet weet dat de miniatuurstad Madurodam naar de Antilliaanse verzetsstrijder George Maduro, bijgenaamd ‘Ridder zonder vrees en blaam' is vernoemd, is jammer.
Maar dat een politicus dit niet weet is niet alleen jammer, maar ook onbegrijpelijk, want toen de Duitsers voor Joden het dragen van de Jodenster verplicht stelden en Maduro deze Jodenster weigerde te dragen en moest onderduiken, dook hij onder bij het latere Tweede Kamerlid jonkvrouw Christine Wttewaall van Stoetwegen. ‘De freule' - de naam waaronder deze jonkvrouw bekend werd - was na de oorlog meer dan 25 jaar Tweede Kamerlid.

 

ORANJEHOTEL
Koning Willem-Alexander opende op 6 september 2019 het National Monument ‘Oranjehotel’. Welnu, na de capitulatie werd George Maduro als krijgsgevangene opgesloten in deze gevangenis van Scheveningen, die het Oranjehotel werd genoemd. Deze gevangenis ligt op een spuugafstand van Madurodam.

Maar het verhaal van George Maduro is algemeen bekend. Zodra Maduro op vrije voeten kwam ging hij in het verzet, dook onder, werd opgepakt, weer opgesloten, ontsnapte en ging keer op keer door met het verzet. Maduro overleed op 9 februari 1945 in het concentratiekamp Dachau. Hij was een Antilliaanse verzetsheld die tijdens de Tweede Wereldoorlog (WOII) vele aanvallen op de Duitse bezetters leidde, zijn leven voor het Nederlandse volk gaf en postuum de hoogste Nederlandse militaire ridderorde de 'Ridder der Militaire Willems-Orde' ontving, die aan hem werd verleend voor zijn daden die getuigen van 'Moed, Beleid en Trouw’.

 

PAPIAMENTS
Over moed en trouw gesproken en waar er nooit over wordt gesproken, zijn de daden die getuigen van moed en trouw van de jonge Antilliaanse verzetsstrijders - studenten uit de Nederlandse Antillen en nog tieners toen de WOII uitbrak - die met elkaar in het Papiaments, zowel mondeling als ook via brieven communiceerden, en samen de hele oorlog Joden en andere onderduikers hielpen en vele andere sabotageacties tegen de bezetters uitvoerden.
Hoewel Maduro’s verhaal algemeen bekend is, blijkt het toch niet bij iedereen bekend te zijn. Ik vrees dat nóg minder mensen hebben gehoord van de jonge Antilliaanse WOII-verzetsstrijders Luís de Lannoy, Delfincio Navarro, Tirso Sprockel en weten dat één van de grootste Nederlandse verzetshelden een Antilliaan was: Segundo Ecury.
Zijn voornaam was ‘Segundo‘ wat ‘Tweede’ betekent, maar Ecury was de onbetwiste nummer één bij de verzetsstrijders, zowel bij de Nederlandse als bij de Antilliaanse.
Iedereen noemde hem ‘Boy’.

Ik heb nooit Tweede Kamerleden - hoewel sommigen twee keer per jaar naar Caribisch Nederland met vakantie gaan en altijd wel iets over de Nederlandse Antillen te vertellen hebben - één woord hierover horen zeggen. Ook afgelopen zaterdag bij de viering van de bevrijding, in nota bene Oisterwijk, werd de naam Boy Ecury niet genoemd. Let wel, toen Boy Ecury uit Tilburg moest vluchten, dook hij in Oisterwijk onder en hoewel hij bij de Antilliaanse verzetsgroep zat, sloot hij zich aan bij het verzetsgroep van Oisterwijk. Tijdens de bevrijdingsfestiviteiten in Oisterwijk afgelopen week werd zijn naam niet genoemd, terwijl er in Oisterwijk zelfs een straat naar hem is vernoemd.

In vertellingen over WOII is er sowieso een lacune waar het om de Nederlandse Antillen gaat. In mijn geschiedenislessen bij de fraters - nota bene fraters van Tilburg - van de Sint Thomascollege werd dit verhaal niet verteld en toen ik een opstel hierover schreef, gaf de leraar Nederlands van de Zeevaartschool in Vlissingen ruiterlijk toe dat hij nooit van deze Antilliaanse verzetsgroep had gehoord. Maar ook Antilliaanse WOII-slachtoffers zelf spraken liever niet over deze tijd of bagatelliseren de verschrikkingen die ze hadden meegemaakt.

Zo ook bijvoorbeeld een goede Antilliaanse kennis, Johnny Mauricio - die ik in Amsterdam in de jaren 70 de oren van het hoofd hierover heb gevraagd - wilde over deze barre tijd weinig vertellen en maakte er een grapje van. Maar wat Mauricio had meegemaakt was helemaal geen grapje: hij was in Den Haag ondergedoken, werd opgepakt, zat in Oranjehotel, werd naar een concentratiekamp in Duitsland overgebracht - de littekens van de luizenbeten op zijn lichaam waren nog te zien - wist uit dit concentratiekamp te vluchten, rende dagenlang zonder te eten, hield zich schuil in de bossen en had het geluk geallieerde soldaten tegen te komen. Deze Johnny Mauricio kende geen haat jegens niemand en grapte hierover: “Mijn donkere huidkleur redde mij, ik kon voor deze geallieerde soldaten onmogelijk een gecamoufleerde Duitse soldaat zijn.”

Ook de Antilliaanse vrijheidsstrijders die de oorlog hebben overleefd, hebben over deze periode van hun leven nooit veel gesproken. Daarmee volgde zij het voorbeeld van de meeste verzetsstrijders, die zelden iets over de ondergane verschrikkingen loslieten. Zelfs de welbespraakte spreker, de Antilliaanse verzetsstrijder Tirso Sprockel wiens huis als onderduikadres voor Joden en geallieerden diende, sprak sporadisch over deze gruwelijke tijd. Hij was nota bene een taalkundige.

Delfincio Navarro, de Antilliaanse rechtenstudent, raakte bij het uitbreken van WOII ook bij het verzet. Hij was een goede vriend van Tirso Sprockel en werkte nauw samen met Boy Ecury en Luís de Lannoy. Hij was betrokken bij vele verzetsacties, hielp met het verbergen van Joden en andere onderduikers en zorgde voor het doorsturen naar het buitenland van geallieerde soldaten. Alle communicatie verliep in het Papiaments, zowel op straat en openbare locaties waar mondelinge afspraken werden gemaakt over acties, als ook in brieven.
Delfincio overleefde de oorlog en is als jurist gaan werken op de Nederlandse Antillen.

De meest zwijgzame van allemaal was Luís de Lannoy. Door deze Luís kwam Boy Ecury direct na het uitbreken van WOII bij het verzet in Tilburg. Ze waren boezemvrienden: Luís was de bedenker van verzetsacties en Boy de uitvoerder. Over deze afschuwelijke periode van zijn leven heeft De Lannoy zelf bijna nooit gesproken. Maar het weinige dat wél over zijn verzetstijd bekend is, móét verteld worden. Dat Luís de Lannoy de dood is ontsprongen was een wonder. Begin 1944 werd Luís in Tilburg opgepakt en naar de strafgevangenis van Utrecht gebracht waar hij maandenlang werd gemarteld, aan een oor werd doof-geslagen, door glazen ruiten werd gesmeten, maar wat de Duitsers ook deden, Luís de Lannoy bleef zwijgen.
Ook een poging van zijn vriend Boy Ecury hem uit de Utrechtse strafgevangenis te bevrijden - die wist dat Luís liever doodgaat dan iemand verraden en bang was dat Luís ook zou worden vermoord - mislukte.


Maar wonder boven wonder wist Luis de Lannoy toch te vluchten en liep te voet - met snijwonden op zijn lichaam en glassplinters in zijn gezicht, zwaar gewond door de vele mishandelingen bij het verhoor - dwars door de linies van de vechtende Duitsers heen en liep van Utrecht tot het reeds bevrijde Tilburg. Deze stille Antilliaanse student Luis de Lannoy, die van zijn studentenverblijf in Tilburg hét middelpunt en dé verzamelplaats van het Antilliaanse verzet maakte, en van waaruit de verzetsacties tegen nazi’s en NSB’ers in het Papiaments werden bekokstoofd, georganiseerd en ondernomen, was een uiterst moedige jongeman. Luis de Lannoy heeft de oorlog overleefd, werd apotheker en ging terug naar de Nederlandse Antillen.

 

6 NOVEMBER
Boy Ecury, nog maar net 19 jaar, ging na het uitbreken van WOII direct in het verzet. Samen met zijn Antilliaanse studiegenoten en mede-verzetsstrijders, die in het Papiaments met elkaar communiceerden - een taal die de Duitsers, maar ook de NSB'ers niet konden ontcijferen - pleegde hij overal in Nederland aanslagen op de Duitse bezetters, nazi's en NSB'ers, totdat hij vlak voor het einde van WOII werd opgepakt en gefusilleerd.

Deze Antilliaanse verzetsheld Boy Ecury - die door zijn donkere huidkleur opviel - voerde de hele WOII sabotageacties uit, pleegde aanslagen op Duitse stellingen, liet treinen ontsporen, hielp Joden en neergeschoten geallieerde piloten, verborg onderduikers en ontfermde zich over hen, pleegde inbraken in distributiekantoren om voedselbonnen te bemachtigen, bevrijdde vele gevangengenomen mede-verzetsstrijders, vocht in verschillende knokploegen op diverse plaatsen tegen de bezetters, overviel gemeentehuizen om persoonsbewijzen in handen te krijgen en om bevolkingsregister-bestanden te vernietigen.

Door zijn donkere uiterlijk viel Boy Ecury in Oisterwijk erg op en dat werd voor de andere verzetsmensen van Oisterwijk te gevaarlijk. Na overleg met de Oisterwijkse Raad van Verzet en op eigen verzoek, vertrok hij naar een onderduikadres in Tilburg. Op 26 oktober werd Oisterwijk bevrijd. Echter, voor Boy Ecury was hij pas vrij wanneer heel Nederland bevrijd was en ondanks de bevrijding bleef hij niet in Brabant.

Ecury was al sinds 1942 lid van de Haagse Knokploeg, die vaak ook in Rotterdam opereerde. Toen de leider van deze Haagse Knokploeg Christaan ‘Eric’ Cattel eind oktober 1944 werd gearresteerd, zocht de leden contact op met Boy Ecury en werden verzetsacties in Rotterdam voorbereid.
Op 5 november 1944 werd Boy Ecury, toen hij in Rotterdam een katholieke kerk uitliep gearresteerd en overgebracht naar de beruchte gevangenis Oranjehotel in Scheveningen.
Boy Ecury werd een dag later, op 6 november 1944, samen met Bernard ‘Remarc’ Cramer, een ander lid van deze Haagse Knokploeg, op de Waalsdorpervlakte bij Den Haag doodgeschoten.

6 november 2019 was het precies 75 jaar geleden dat Boy Ecury werd vermoord.

Ik wil met dit verhaal meer bekendheid geven aan de verzetsdaden van enkele Antilliaanse vrijheidsstrijders tijdens de WOII, ook al zouden deze Antilliaanse vrijheidsstrijders het zelf niet willen. Samen met duizenden anderen, de meesten naamloze helden, hebben deze Antilliaanse jongeren hun bijdrage geleverd aan de bevrijding van Nederland. Omdat ook voor deze Antilliaanse jongeren de vrijheid te lief was, zodat zij deze vrijheid niet door oorlogslaarzen van de bezetters en onderdrukkers vertrapt konden zien worden. Moge hun voorbeeld op dit gebied worden nagevolgd, om ons vrijheid te behouden.

Beste vrienden, mashá danki pa lesa loke m’a skibi, pasa un dushi dia i kuida kurpa oftewel bedankt voor het lezen, een fijne dag verder en hou je taai.


Betrokken organisaties

Gilbert Engelhardt


 Meer Latin nieuws

We mogen weer Salsa dansen, maar moet de dans ondernemer rekening mee houden?

Sinds juli 2020 kunnen we weer Salsa dansen..

DJ Rick: Muziek als instrument voor verbinding

Als tiener maakte Rick medio jaren tachtig tijdens een vakantie op Curaçao voor het eerst kennis met salsa...

Advertorial

Follow us on Instagram: https://www.instagram.com/latinworld.nl/

From London to Little London

British jazz fusion guitarist Jules Hay follows his passion for Brazilian music from his home in London, UK, to the Brazilian city of ..

Braziliaanse film BACURAU (vanaf 2 juli in de bioscoop)

Na de dood van haar oma Carmelita, keert Teresa voor de begrafenis terug naar het ..

Naomi Montroos debuteert met gedichtenbundel

Naomi Montroos debuteert met gedichtenbundel Regenboom / Palu di..

Nieuwe single muzikale talenwonder Aymar Torres

Op vrijdag 12 juni ging de tweede single van Aymar Torres in première "Mainta". Over..

Hache

Hache is een Spaanse misdaaddramaserie. De serie speelt zich af in de wereld van de drugshandel in het Barcelona van de jaren 60.

Lees de juni 2020 editie van het Latin-Magazine

Lees de juni 2020 editie van het Latin-Magazine

Boek : een 21-daagse reis door Latijns-Amerika

Teleurgesteld dat een verre reis er deze zomer niet in zit? Geen nood! Je kunt mee..

De Palda Guard

Na 3 maanden zonder lessen mag ziet het er naar uit dat er vanaf 1 juli weer binnen gedanst mag worden. Dat is fantastisch..