Delen via Whatsapp Delen via Facebook Messenger Delen via Facebook  

Gilbert Engelhardt @ Amstelveen



Mijn naam is Gilbert Engelhardt en ik ben in een ziekenhuis op Curaçao geboren uit Bonairiaanse ouders. Zowel mijn vader, mijn moeder, alsook mijn grootouders zijn geboren op Bonaire.

Ik zat op de lagere school (Sint Thomascollege) op Curaçao en voltooide de middelbare school op Bonaire.

Na de middelbare school, ben ik als bursaal in augustus 1968 naar Nederland gegaan, deed eerst de stuurmansopleiding (BS-Grote Handelsvaart) aan de Hogere Zeevaartschool in Vlissingen en studeerde vervolgens wiskunde. Daarna ben ik in september 1977 bij de KLM gaan werken in de luchtvaartnavigatie tot mijn pensioen.

Veertig jaar lang bedacht en ontwierp ik vliegprocedures, berekende landingslimieten, zorgde voor een veilige vluchtuitvoering en gaf leiding aan de navigatieafdeling van de KLM.

Ik ben getrouwd met Lexy, ook uit Bonaire, en wij hebben twee zoons, Alexander en John. Inmiddels zijn zij ook vader: Alex van zoon Gino en dochter Zoë; John van zoon Rico en dochter Lina. Ik heb helaas geen dochters, wel twee lieve schoondochters Gina en Heleen.

Ik woon ruim 40 jaar in Amstelveen en doe (samen met mijn twee zonen) veel aan sport en Martial Arts. Ik geef drie keer per week karatelessen, beoefen sinds de jaren 60 de karatesport en heb al 30 jaar een eigen karateschool in Amstelveen met de naam `Yokoso`. Yokoso is het Japanse woord voor ‘welkom’ en tevens de meest gebruikte term op de eilanden van de voormalige Nederlandse Antillen: ‘Bon biní’.

LANG VERHAAL OVER MIJ

Vaak wordt de opmerking ‘ik ontkóm er niet aan iets over mezelf te zeggen’ gebruikt als excuus om te kunnen vertellen hoe belangrijk men wel niet is. En bijna net zo vaak wordt deze opmerking in de ogen van anderen vooral gezien als aanstellen en opscheppen. Dat ga ik dus niet doen.

Echter, op het gevaar af pretentieus te klinken en opschepperig te lijken zal ik wel over mezelf, mijn eiland, mijn hobby en mijn rol als manager van de KLM-navigatieafdeling vertellen.

Niet omdat ‘ik er niet aan ontkom’, maar omdat het mijn verhaal duidelijker maakt en ook nog relevant is.

Wat ik in ieder geval niet ga doen is ‘martsmeetsen’, dus zeggen dat je ergens niets van weet, terwijl iedereen weet dat jij dé expert bent en alles van weet, maar dit alleen zegt om bescheiden te lijken, wat in feite ‘subtiel opscheppen’ is.

Ook zal ik niet ‘peter-r-de-vriesen’ en zeggen (met een ondertoon overal verstand van te hebben):

“Ach misdaad, daar weet ik wel íéts van”, terwijl iedereen denkt: “Hallóóó Peter R, je hebt je hele leven met niets anders beziggehouden dan misdaad en wellicht is dát juist het enige waar je wél verstand van hebt.” Dus ik ga ook niet ‘peter-r-de-vriesen’, wat welbeschouwd gewoon ‘gecamoufleerd opscheppen’ is.

 

BONAIRE

Na mijn zoektocht van ruim 50 jaar naar de mooiste plek op aarde, las ik onlangs op internet dat een van de allermooiste plekken ter wereld het eiland is waar mijn lange zoektocht ooit begon: ‘Bonaire’.

Bonaire – met haar kristalheldere zeewater, adembenemende onderwaterwereld, betoverende zonsondergang, schitterende roze zoutpannen, altijd prachtig warm weer en aardige, zeer bescheiden, hartveroverende mensen – is gewoon het eiland waar ik vandaan kom, op de middelbare school heb gezeten en mijn tienerjaren heb doorgebracht.

Mijn Nederlandse vrienden vragen telkens - en vooral mijn reisgrage KLM ex-collega`s vroegen mij voortdurend, veertig jaar lang - waarom ik toch zo graag naar Bonaire ga en zeggen: “Ga eens ergens anders naar toe met vakantie, naar IJsland bijvoorbeeld.”

Ach, ik neem niet eens meer echt de moeite om hen te overtuigen van de schoonheid van mijn eiland en de vriendelijkheid van mijn aardige, humoristische eilandgenoten.

Ik laat hen maar naar IJsland gaan; ontegenzeggelijk ook een mooi eiland, met ongetwijfeld ook vriendelijke eilandbewoners en het kan daar ook heel warm zijn vanwege vulkaanuitbarstingen.

En hoezo is Bora Bora het mooiste eiland om te trouwen?

In een Papiaments liedje ‘Ban Boneiru ban kasa umbé’ (‘laten we naar Bonaire gaan om onmiddellijk te trouwen’ oftewel ‘kom mee naar Bonaire en laten we onmiddellijk trouwen’) zongen onze voorouders al - en voorouders van Arubanen en Curaçaoënaars, alsook die van Europese Nederlanders die op één van de benedenwindse eilanden van de vroegere Nederlandse Antillen hebben gewoond - dat er maar één eiland is waar je naar toe moet gaan om te trouwen (en de rest van je leven met een grote glimlach aan deze droomlocatie zal terugdenken) en dat is Bonaire, sinds 2010 een gemeente van Nederland.

Natuurlijk ben ik ook naar Bonaire gegaan om daar te trouwen met mijn Bonairiaanse jeugdvriendin.

 

TIENERTIJD

Op Facebook zag ik onlangs een zwart-wit foto van mijn ouderlijk huis op het paradijselijke eiland Bonaire.

In dat huis heb ik - met mijn zorgzame ouders, vier lieve zusters en twee toffe broers - gewoond tot ik in 1968 voor studie naar Nederland vertrok.

Het leven als tiener en puber op Bonaire was zorgeloos, het was een glanzende schooltijd met creatieve en leergierige schoolgenoten, die - tot op de dag van vandaag - elkaars beste vrienden en vriendinnen zijn.

De school op Bonaire stelde hoge eisen aan ons en wij stelden nog hogere eisen aan onszelf.

Onze dromen waren veel en ogenschijnlijk eenvoudig. Overigens, de meeste dromen zijn geen bedrog, wat Marco Borsato ook moge beweren.

We wisten als pubers al precies wat we niet wilden, zelfs alvorens te weten wat we wél wilden.

Het was de tijd dat futurologen een ‘tijdmachine’ en een ‘digitale snelweg’ - waarop ik nu nostalgisch zit te doen - voorspelden, een tijd dat ‘skypen’ nog sciencefiction was en zelfs James Bond geen smartphone had, een tijd dat kleurentelevisie niet meer dan een vage belofte was, een maanreis in de lijn der verwachting lag en dat pubers nog naar hun ouders luisterden.

Met vier vrienden speelde ik - in mijn slaapkamer op de eerste verdieping van mijn ouderlijk huis - met geleende instrumenten liedjes van Beatles, Bob Dylan, de Spaanstalige band Los 007 en zelfs enkele Franstalige chansons zoals ‘Non, je ne regrette rien’ met in gedachte: “Waarom leren we op Bonaire anders Frans op school?”

Volgens mijn toenmalige buren, speelden wij niet zo erg goed, maar wel hard, héél hard.

Vandaag de dag zou ongetwijfeld de Rijdende Rechter eraan te pas moeten komen.

En, als die voorspelling van de ‘tijdmachine’ - waarmee ik me terug door de tijd kan verplaatsen - alsnog uitkomt, zou ik naar mijn pubertijd op Bonaire terug willen, met dezelfde schoolgenoten, vrienden en vriendinnen. Inderdaad: ‘Non, je ne regrette rien.’

 

VOORLICHTING

Het waren de late jaren 60, flowerpowertijd en Nederland was toen hét land van vrijheid-blijheid, hippies, provo’s, nozems en ‘Ik Jan Cramer’.

De Antilliaanse bursalen werden uitstekend op hun verblijf in Nederland voorbereid. Wij moesten alle steden en dorpen langs bijvoorbeeld de route van Groningen naar Maastricht - de meest zuidelijk gelegen stad van Nederland - kunnen opdreunen. Overigens, Bonaire, Caribisch Nederland, zoals het tegenwoordig heet, is sinds 2010 een gemeente van Nederland en Kralendijk is nu de meest zuidelijk gelegen stad van Nederland.

Tijdens de voorlichting die wij kregen, werd verteld dat ‘straffen’ in Nederland niet meer ‘hip’ was en werd ons op het hart gedrukt wat de twee belangrijkste gedragsregels in Nederland waren:

  1. In Nederland is iedereen altijd stipt op tijd.
  2. In Nederland komt iedereen zijn of haar afspraken altijd na.

 

VERTREK NAAR NEDERLAND

Kennissen zeggen dat ik een ijzeren geheugen heb en dat is zo. Maar of ik daar nu zo gelukkig mee moet zijn is nog de vraag, want volgens het cliché zijn de gelukkigste mensen, mensen met een slecht geheugen.

Als ik terugdenkt aan mijn vertrek uit Bonaire begrijp ik dit cliché, want wat was dát een pijnlijk moment.

Het was 5 augustus 1968, toch herinner ik mij die dag als de dag van gisteren: de gezichten, omhelzingen, tranen van mijn lieve moeder op het pittoreske vliegveld van Bonaire, Flamingo Airport.

Wat vond ik het moeilijk om afscheid te nemen en ik begreep het Franse begrip ‘partir c’est mourir un peu’.

Ik vertrok vanuit Bonaire met een klein vliegtuig om via Curaçao naar Nederland te vliegen met ‘een lange acht’, zoals de DC8-63 werd genoemd. Ondanks het prachtige weer, was het een in en intriest moment toen het vliegtuigje richting Curaçao vloog en Bonaire een steeds kleiner punt aan de horizon werd.

Zelfs de tijd kon dit memorabele moment niet in mijn geheugen doen verbleken.

Tijdens de vlucht van Curaçao naar Nederland, op de weg naar de toekomst - een weg vol geheimen die voor me lag - dacht ik zoals bijna alle Antillianen dachten en nog steeds denken, dat het niet lang zou duren voordat ik naar mijn geliefde Antillen zou terugkeren.

 

AANKOMST IN NEDERLAND

Op Schiphol zou ik worden opgehaald door een voogd - een meneer uit Bilthoven - die mij met de trein naar het internaat in Vlissingen zou brengen.

Het was een valse start, want deze voogd kwam niet opdagen en ik zag de ruim 200 bursalen een voor een weggaan met hun voogd of familie en ik bleef als enige achter.

Na lang wachten, schuw als een hert rondlopen, voorzichtig rondvragen met mijn Antilliaans accent en na vele mislukte belpogingen in een muntinworp-telefooncel kreeg ik eindelijk mijn voogd aan de telefoon.

De beste man verontschuldigde zich - hij had zich vergist in mijn datum van aankomst - en vroeg of ik pen en papier kon pakken om op te schrijven wat ik moest doen.

In Rotterdam kon hij namelijk een kamer in een motel voor mij reserveren en ik moest daarnaartoe.

Mijn voogd dicteerde een uitgebreid verhaal en ik schreef op:

“Je neemt de bus van Schiphol naar Amsterdam Centraal Station en pakt daar de trein naar Rotterdam.

Als je het treinstation van Rotterdam uitkomt, ga je naar rechts en dan alsmaar rechtdoor. Aan het eind van straat, ga je linksaf en weer rechtdoor. Je komt langs een kiosk en je vervolgt de weg tot de stoplichten. Bij het zebrapad steek je de weg over en ga je na de viaduct rechtsaf en dan kom je bij motel En Passant. Daar zal ik een kamer voor je reserveren.” Zo ongeveer was het verhaal van mijn voogd.

Het was een waar gepuzzeld, want op Bonaire waren er geen treinen, geen treinstations, geen kiosken, geen stoplichten, (nog) geen zebrapaden, geen viaducten en weliswaar hotels, maar geen motels.

Uiteindelijk, na vele uren zoeken en sjouwen met een koffer, ben ik bij motel En Passant gekomen.

Mijn voogd zou me de volgende dag komen halen, maar belde dat hij te laat was en de trein had gemist. Daarom had hij besloten dat ik nog een dag in motel En Passant moest blijven en de volgende ochtend alleen met de trein naar Vlissingen kon gaan, want - zo zei hij - ik had immers ook motel En Passant kunnen vinden. Dus de volgende dag ging ik alleen met de trein, met een overstap, naar Vlissingen, maar dacht: “Hoezo, altijd stipt op tijd, hoezo en nooit te laat, hoezo afspraken nakomen?”

 

INTERNAAT

Op het internaat ‘Onze vloot’ in Vlissingen aangekomen ontmoette ik twee jongens uit Curaçao en twee uit Aruba - die mijn beste vrienden werden en nog zijn - hoewel ik eerst dacht dat ze me in de maling namen, want ze heten: Richard (Britt), Richard (Commencia), Richard (Tong) en Leo Richardson.

In het internaat had (en was) iedereen een nummer - ik was een trotse 795 - en we kregen een lijst met regels. Als je het internaat verliet kreeg je aan de poort een penning met je nummer erop, die je bij je moest houden en aan de poort moest inleven als je het internaat weer binnenging. Ontbrak je penning, dan was je buiten het internaat en als te laat was konden ze het onmiddellijk zien. Je kon dit systeem omzeilen door over het hek te springen, maar dat deed niemand want als je werd gesnapt werd van school gestuurd.

Omdat alleen een paar mensen uit het buitenland in het internaat waren (de anderen kwamen later) dachten we dat de regels nog niet waren ingegaan en kwamen de eerste avond om 2 uur terug i.p.v. om 12 uur.

De volgende ochtend vroeg moesten we op appèl komen en werden we gestraft: we moesten grasmaaien. Ook grasmaaien was voor mij nieuw, nooit eerder gedaan op Bonaire en vond er niets aan.

Ik heb nog een foto die werd gemaakt toen ik aan het grasmaaien was op mijn tweede dag op het internaat.

Op deze foto kan je aan mijn gezicht aflezen wat ik toen dacht: “Hoezo is ‘straffen’ in Nederland niet ‘hip’?”

 

ZEEVAARTSCHOOL

De zeevaartschool was gevestigd op de Boulevard van Vlissingen, waar grote zeeschepen de hele dag door achter elkaar langskwamen, een betere plek voor een zeevaartschool bestaat er niet in Nederland.

Een betere naam dan De Ruyterschool voor deze zeevaartschool bestond er wel.

De Hogere Zeevaartschool van Vlissingen was namelijk vernoemd naar de admiraal uit de Gouden Eeuw Michiel A. de Ruyter, die in Vlissingen was geboren en nog op Antillen (Sint-Eustatius) was geweest.

Mijn eerste werkstuk op de zeevaartschool ging hierover, maar daar kan ik beter niets over zeggen.

Inclusief gymnastiek, bestond het stuurman-lesprogramma uit maar liefst zeventien vakken. Gelukkig voor mij hadden de meeste vakken raakvlakken met wiskundige: o.a. zeevaartkunde, sterrenkunde, goniometrie, stereometrie, mechanica en nog een paar.

Gymleraar was de heer ‘Mijnheer’, dus zoals iedereen op Bonaire een bijnaam heeft, kreeg ook hij direct een bijnaam: ‘Mijnheer Kwadrant’. Ook het vak ‘zeevaartwetten’ noemden we ‘natte wetten’.

Leerlingen van de zeevaartschool werd ‘blikken’ genoemd. Deze bijnaam kwam door het embleem (van blik) op de petten die de zeevaartschoolleerlingen buiten de klaslokalen verplicht op moesten hebben.

Er werd in 2013 een reünie voor oud-klasgenoten van mijn jaargang gehouden.

Er waren er welgeteld drie klasgenoten die ook als zeevarende hun pensioen hebben gehaald. Ik heb dan ook vol compassie geïnformeerd wat er zoal verkeerd was gelopen in hun leven.

De rest waren allemaal aan wal gaan werken. Velen waren loods of leraar geworden, er zat een makelaar bij en ook vier advocaten. Ook mijn vriend Richard Britt is na het varen advocaat op Curaçao geworden.

Echter, voor velen was de studietijd op deze zeevaartschool toch een omslagpunt in het leven gebleken.

 

BON BINí

Reeds op jeugdige leeftijd begon ik met het beoefenen van Karate op Antillen, beoefen al mijn hele leven de karatesport en ben inmiddels Shihan (grootmeester), 8ste Dan Karate.

In 1990 begon ik een karateschool in Amstelveen en heb deze karateschool de Japanse naam ‘Yōkoso’ gegeven - de Japanse term voor ‘welkom’ - als een verwijzing naar de meest gebruikte uitdrukking op Antillen, ‘bon biní’, zoals het zo mooi klinkt in het Papiaments.

De achterliggende gedachte van de naam ‘welkom’ is dat iedereen - van welke huidkleur, geslacht, religie, rang, stand of wat dan ook - in deze karateschool welkom is.

Yōkoso is ook een familie geworden en iedereen wordt meteen lid van deze Yōkoso-familie zodra hij of zij een stap in de Yōkoso dojo (trainingslokaal) zet.

De Yōkoso-familie is groot, want de Yōkoso dojo is altijd stampend vol.

De reden? Wellicht vallen de trainingen in de smaak, maar misschien is het ook zoals de karatelegende en journalist Fred Royers ooit zei nadat hij een keer bij Yōkoso had getraind. Hij zei: “De sfeer die de Yōkoso dojo uitademt geef je het gevoel van ‘thuiskomen’ dat je krijgt zodra je de Yōkoso dojo binnentreedt."

Jaarlijks organiseren wij - samen met ruim 100 vrijwilligers, allemaal Yōkoso leden en hun familie - het toernooi dat door velen (ook door kranten op Antillen) ‘Het Bonairiaanse Toernooi’ wordt genoemd.

Waarschijnlijk omdat de hoofdsponsor van dit toernooi, het architectenbureau Enzo van de Bonairiaanse architect Carlo Abdul is, het eten door ‘Banda Bou’ wordt verzorgd (catering van echtpaar Muzo uit Bonaire en Curaçao), veel vrijwilligers uit Bonaire (sowieso uit Antillen) komen, de organisatoren Bonairianen zijn en wellicht ook omdat bij de opening van het toernooi altijd de vlag van Bonaire als eerste wordt gehesen.

Dit toernooi dat in 2001 als een ontmoeting met karatevrienden uit de Antillen en Nederland begon en de naam `Yōkoso Dutch Open’ kreeg is inmiddels uitgegroeid tot een gigantisch Martial Arts evenement - verreweg het grootste Martial Arts toernooi van Nederland - verdeeld over meerdere dagen, met deelnemers uit meer dan 25 landen - van Canada tot Brazilië, van Guatemala tot Ierland, van Rusland tot Spanje en vele andere landen daartussenin.

In het weekeinde - meestal laatste weekeinde van maart - dat Yōkoso Dutch Open wordt gehouden, is Amstelveen hét middelpunt van de Martial Arts wereld. Alle hotels in en rond Amstelveen zijn volgeboekt met ‘martial artiesten’, coaches, begeleiders, scheidsrechters en hun familieleden, die van verre landen naar Amstelveen komen voor dit toernooi, dat zij steevast al jaren ‘The Friendly Tournament’ noemen.

Dit jaar zou Yōkoso Dutch Open op 20, 21 en 22 maart voor de 20ste keer worden gehouden, maar moest vanwege het coronavirus worden afgelast.

Op 25 april 2014 ontving ik een Koninklijke onderscheiding uit handen van F. de Graaf, de burgermeester van Amstelveen en ben waarschijnlijk de enige Nederlander ooit, die voor Karate een lintje heeft geregen. Het is sowieso raar om een Koninklijke onderscheiding te krijgen voor je hobby, iets wat je graag doet.

 

WERK - KLM

Als laatste zal ik een beschrijving van mijn rol bij KLM zonder te overdrijven of het mooier te maken dan het is, bovendien ‘big brother is watching’ en kunnen ex-collega’s en oud-klasgenoten dit verhaal lezen.

Welnu, mijn klasgenoten en collega’s weten het allemaal, ‘wiskunde’ is en was altijd al mijn ding.

Geen verdienste maar domweg aanleg. Ik deed er zelfs minder voor dan anderen, maar kon het gewoon en was er goed in. Het is naar mijn gevoel iets vergelijkbaar met vriendschap, iets waarover je je eigenlijk alleen maar kunt verbazen, een mooi geschenk, eenvoudigweg geluk hebben, je hebt het nergens aan verdient.

In ‘luchtvaartnavigatie’ - met veel wiskunderaakvlakken, waar ik wel ontzettend veel voor heb moeten doen - was ik al op jonge leeftijd, nog geen 30, bij KLM en in Nederland dé expert.

Ik heb hele volksstammen lesgegeven, zelfs onze koning, toen nog prins Willem-Alexander, heb ik ooit navigatie en vliegprocedures uitgelegd op Schiphol-oost met bij iedere deur twee bodyguards.

In 1977 - een tijd dat nog niemand het over ‘navigatie’ had, ‘Björn Borg’ geen onderbroek maar een goede tennisser was en ‘vliegschaamte’ nog niet bestond - begon ik als navigator bij KLM, na drie jaar werd ik sectiechef Europa en enkele jaren later plaatsvervangend hoofd en vervolgens manager tot ik ‘met vochtige ogen en pijn in het hart’ van mijn pensioen móést gaan genieten.

Bijna veertig jaar lang bedacht en ontwierp ik vliegprocedures voor alle fases van de vlucht, maakte ik vliegplannen, berekende vertrek- en landingslimieten, gaf leiding aan de KLM-navigatieafdeling en zorgde voor een veilige vluchtuitvoering.

Ofschoon ik mezelf altijd als ‘specialist’ en nooit als ‘manager’ heb beschouwd, was ik zoals dat heet Manager KLM Navigation Department, verantwoordelijk voor de vliegveiligheid en inhoud van KLM-navigatiedocumentatie die tijdens de vlucht in de cockpit werd en wordt gebruikt.

De laatste jaren heb ik me voornamelijk beziggehouden met kennisoverdracht van specialistische vakkennis van luchtvaartcartografie en navigatieprocedures die men in Nederland alleen ‘on the job’ en door ervaring kan vergaren.

Op mijn allereerste werkdag meldde ik me bij het KLM-hoofdkantoor en werd ontvangen door de navigatieafdeling-secretaresse, mevrouw Sanny Duiser, die mij onmiddellijk ‘loud and clear’ duidelijk maakte wie bij deze navigatieafdeling de baas was, een afdeling met ruim vijftig medewerkers, allemaal mannen.

In mijn KLM anekdotes kan ik het niet nalaten haar naam te noemen of te vertellen dat ik - op mijn allereerste werkdag bij KLM, op 5 september 1977 (ik was één dag eerder, op 4 september jarig) - nog voordat ik de afdeling mocht betreden van Sanny twee A4-tjes in de hand geduwd kreeg, op pagina één stond een lange lijst namen van gebakken (8 Irish coffee, 13 appelpunten, 10 tompoezen, et cetera) die ik moest trakteren en op pagina twee een routebeschrijving naar Patisserie Prenger, duurste banketbakkerij van Amstelveen. Sanny zei: “Je was gisteren jarig en bij deze afdeling trakteert iedereen die jarig is.”

Dat was mijn eerste klus bij de KLM. Onderweg naar Prenger twijfelde ik nog of ik naar KLM-hoofdkantoor terug moest gaan, maar vond het laf om stiekem weg te blijven, dus ging ik met de gebaksdozen terug en bleef 40 jaar hangen.

Sanny Duiser - jarenlang de enige vrouw van het KLM-navigatie-mannenbolwerk - stond tussen al die stoere kerels haar mannetje en was verreweg de stoerste.

Nu ik met pensioen ben, leef ik niet meer om te werken, maar maak werk van mijn leven.

En wanneer ik op Bonaire - na alweer een dag chillen, varen/zwemmen/duiken of met tijd te verdoen met onzin op internet - op mijn veranda in het ondergaande tropenzonnetje zit te genieten met een kingsize Piña Colada in de hand en vroegere schoolgenoten KLM-verhalen vertel, passeren vele namen de revue.

Er zijn te veel collega’s om ze allemaal te noemen en er zijn dingen die ik niet kan/mag schrijven.

En ofschoon er iedere nieuwe dag wel iets nieuws, bijzonders of onverwachts gebeurde op de KLM-navigatieafdeling - ongetwijfeld de meest stressvolle afdeling van KLM met constant te weinig mensen en te veel werk, waar overwerken eerder regel dan uitzondering was - werd navigatiedocumentatie gemaakt die wereldwijd als de allerbeste en veiligste ter wereld werd beschouwd.

Ik mis de KLM-collega’s, maar geniet ook van de vrije tijd en train - harder en vaker dan ooit - maar zonder doelen te stellen of met de hoop alsnog een six-pack te verkrijgen.

En net als iedereen van mijn leeftijd, beweer ik ook dat mijn jaren zijn toegenomen zonder de gebruikelijke ouderdomsverschijnselen te vertonen, behalve ‘wijzer worden’ dan.

Ik word ook niet meer door emoties én Air France fratsen gekweld, voel mij bevrijd van de verplichtingen van het werkzame leven en geen foutje mogen maken (want iedere vergissing kan een ramp veroorzaken), heb eindelijk tijd voor vrienden, gitaarspelen, tekenen, karate en stukjes schrijven.

En nu ik op jaren ben - met een levenservaring van hier tot Kralendijk en bovendien te hebben geleerd van de paar eigen fouten en ook die van anderen - ben ik in staat mij te ontdoen van de gedachte ‘dat als ik het niet zelf doe, het zeker verkeerd gaat’.

Mijn leeftijd is gestegen, maar ook de mooie herinneringen zijn talrijker; en oké, mijn haar is enkele tinten grijzer, ik heb mijn baard laten staan om meer op Sean Connelly - de echte James Bond - te lijken en ik ben beroofd van een aantal illusies, maar daarentegen ben ik nu véél wijzer, wel tien jaar wijzer dan toen ik 43 jaar geleden in 1977 bij KLM begon.

Het leven na KLM - deadlines-vrij, stropdas-loos en zonder mijn, door collega’s zo gevreesde, rode viltstift die ik altijd in de rechterhand had om correcties aan te brengen op de ‘dagproductie’ - verloopt zoals ik me altijd heb voorgesteld: thuis in Amstelveen met laptop op schoot of iPhone in de hand te doen wat ik nu zit te doen, dan wel in de dojo met karatevrienden trainen of zorgeloos in en van de Bonairiaanse zon en zee genietend, en eindeloos barbecueën.

En terugdenkend aan KLM - en wat mijn ex-collega’s en ik op navigatiegebied allemaal samen hebben bereikt - word ik met een voldaan en tevreden gevoel vervuld, alleen het opheffen direct na mijn vertrek van ‘mijn’ KLM-navigatieafdeling heeft mijn blauw KLM-hart veel verdriet gedaan.

Ik heb mijn voorgenomen om op Bonaire te `overzomeren`, maar ben nog met allerlei dingen bezig, vooral met het beantwoorden van vragen waar ik jullie niet mee zal vermoeien.

Ik kan wel vertellen dat ik inmiddels (ook omdat de navigatieafdeling is opgeheven) een grotere navigatie ‘kennisoverdracht-goeroe’ ben dan tijdens mijn - van 9 tot 9 - werkzame KLM-leven en krijg meer vragen dan ik - op mijn welbekende gedetailleerde manier, breedvoerig, vol bijzonderheden en natuurlijk héél lang - in 12 uur per dag kan beantwoorden.

 

Met beleefde groeten,

Gilbert Engelhardt

   
plaats Amstelveen
 

Nieuws

WOII-SLACHTOFFERS OP ANTILLEN

Foto van Henri Benjamin Marquez die op 30 mei 1940 werd doodgeschoten, bestaan er niet, althans die heeft onze schrijver nooit ...

Een Antilliaans-Indisch echtpaar in WOII

Dit jaar wordt 75 jaar capitulatie van Japan herdacht, dat is aanleiding om dit verhaal...

Studenten uit de Antillen in WOII

Dit verhaal is de historie van heldhaftige en moedige jonge studenten uit Antillen die zichzelf helemaal niet heldhaftig of moedig vonden.

Waar kleine eilanden groot in zijn

In de nacht van 9 op 10 mei begon op Antillen WOII en direct de volgende ochtend werd op Curaçao het “Comité Steun aan...

Vrouwen uit de Antillen in WOII

In vertellingen over de WOII ontbreken vrouwen uit Antillen volledig. Niet terecht, want de eerste Nederlandse slachtoffers als gevolg van WOII waren vrouwen uit Antillen.

MOED EN TROUW, het verhaal over de Antilliaanse verzetstrijders in de WOII

In dit verhaal worden er dingen aangekaart waar iedereen wel eens over heeft na..

We stellen aan jullie voor Gilbert Engelhardt

LatinWorld.nl/Latin-Magazine.com kwam in contact met Gilbert Engelhardt. Gilbert..


Gilbert Engelhardt op de kaart

Routeplanner naar Gilbert Engelhardt

Latin organisaties in de buurt