Studenten uit de Antillen in WOII

Delen via Whatsapp Delen via Facebook Messenger Delen via Facebook  

wo 16 september 2020

Het aantal Antillianen in Nederland in de vooroorlogse periode - bijna allemaal scholieren en studenten uit Antillen - was zeer gering en de onderlinge contacten waren ook sporadisch. Mede hierdoor waren zij slecht op de hoogte van de ontwikkelingen op de eilanden zelf. Ook de schaarse brieven die zij kregen gaven weinig werkelijke informatie, desondanks bleven zij zich toch altijd betrokken voelen bij het geboorteland.

Studenten uit de Antillen in WOII

 

Het aantal Antillianen in Nederland in de vooroorlogse periode - bijna allemaal scholieren en studenten uit Antillen - was zeer gering en de onderlinge contacten waren ook sporadisch. Mede hierdoor waren zij slecht op de hoogte van de ontwikkelingen op de eilanden zelf. Ook de schaarse brieven die zij kregen gaven weinig werkelijke informatie, desondanks bleven zij zich toch altijd betrokken voelen bij het geboorteland. De Antillen werden geïdealiseerd – altijd was er een hevig emotioneel verlangen naar het weerzien van familie en vrienden, naar de geborgenheid en zekerheden van thuis en naar een geromantiseerd vroeger – en stond het ook voor de Antilliaanse scholieren en studenten vast dat zij naar Antillen zouden terugkeren. Zij die een opleiding voor verpleegster of onderwijzer volgden waren dat sowieso van plan direct na het behalen van hun diploma terug te gaan. Universitaire studenten waren iets minder stellig en hadden zich voorgenomen eerst enige werkervaring op te doen in Nederland. Maar alle scholieren en studenten hadden de voornemens naar Antillen terug te gaan.

Hoe precies Antillianen in deze vooroorlogse periode het leven in Nederland beleefden, is moeilijk te zeggen. Enkelen gewezen studenten hebben wel een beeld geschetst van het leven – het studentenleven dus – in de jaren twintig en dertig. Echter, er zijn geen garanties dat dit een representatief beeld is, want slechts enkele studenten uit Curaçao en Bonaire hebben iets over deze periode verteld. Er ontbreekt dus de impressie van die tijd opgedaan door Arubaanse en Bovenwindse studentenZeker is dat lang voor WOII scholieren en studenten uit Antillen in Nederland op scholen en universiteiten hebben gezeten, denk maar aan Debrot en Da Costa Gomez. Nicolaas Debrot kwam als scholier naar Nederland en volgde het gymnasium in Nijmegen, studeerde rechten in Utrecht en behaalde zijn titel medio jaren 20. Daarna studeerde hij medicijnen in Amsterdam, debuteerde als schrijver onder de schrijversnaam Colá Debròt in 1935 en was tijdens WOII huisarts met een praktijk in Amsterdam-West.

En natuurlijk Moises Frumencio ‘Dòktor’ Da Costa Gomez, die in 1922 op vijftienjarige leeftijd met een zogenaamde ‘koloniale beurs’ naar Nederland kwam om zijn middelbare schoolopleiding te vervolgen en het gymnasium volgde. Daarna studeerde hij rechten aan de katholieke Universiteit Nijmegen, behaalde zijn titel in 1932 en promoveerde eind 1935 aan de Universiteit van Amsterdam. Na 1900 gingen Antilianen naar Nederland met de bedoeling daar de diploma's te behalen die hen bij terugkomst op Antillen de toegang tot goede sociale posities zouden verschaffen; posities die tot dan toe door Nederlanders uit Europa werden vervuld. Ik moet erbij zeggen dat Antillianen slechts een heel kleine, nauwelijks opvallende groep in de Nederlandse maatschappij was. In Nederland hadden Antillianen voor WOII nooit als groep van zich doen spreken en zich ook nooit verenigd in een eigen vereniging.

Het was pas na het uitbreken van WOII dat studenten afkomstig van de Antillen - jongens en meisjes uit ongelijke milieus, met verschillende huidskleuren en religies - zich verenigden onder één noemer: hun Antilliaanse afkomst. Voor studenten uit Antillen had de bezetting ook als gevolg dat zij elkaar gingen opzoeken, en daar waar nodig, elkaar hielpen.

 JOHNNY MAURICIO

In een van de vorige verhalen werd de naam van Johnny Mauricio genoemd: de jonge student uit Antillen die meende dat zijn donkere huidskleur hem bij de ontmoeting met geallieerde soldaten had gered, omdat hij onmogelijk een vermomde Duitse soldaat kón zijn. Deze Maurice kwam samen met onder andere Luís de Lannoy en Boy Ecury, in 1937 naar Nederland, ging in Bussum bij zijn voogd wonen, zat op de Gooise HBS en ging later naar het Amsterdams lyceum.

Begin oktober 1944 weigerde hij zich te melden om in Duitsland te gaan werken en dook onder. Na een paar maanden onderduiken in Den Haag werd hij in de hongerwinter, januari 1945, opgepakt, in het Oranjehotel gevangen gezet, vervolgens naar het concentratiekamp Nordbögge bij Hamm in Duitsland overgebracht. Johnny Mauricio werd zwaar mishandeld en in het kamp door luizen opgegeten, maar het lukte hem na enkele maanden te ontsnappen en na dagen in de bossen schuilen, lopen en sneeuw eten kwam hij geallieerde soldaten tegen met wie hij oprukte, hun tolk Duits-Engels en Frans-Engels werd, bij gevechten rond Maagdenburg gewond raakte, naar Bussum terugkeerde en na de bevrijding, in oktober 1945, met het KNSM-schip Stuyvesant naar de Antillen terugkeerde.

Johnny Mauricio was een goede huisvriend, die mij in de jaren 70 overal in Nederland naar toe meenam, kennis liet maken met zijn vrienden uit de WOII, zonder rancune mijn vele vragen beantwoordde en mij meer vertelde dan hij leek te willen vertellen over de oorlogsjaren in Nederland.

GEBIEDSDEEL CURAÇAO

In 1845 werden de drie bovenwindse eilanden aan de kolonie ‘Curaçao en Onderhorigheden’ toegevoegd en werden de zes eilanden voor het eerst verenigd tot één kolonie. Op 23 april 1936 werd de kolonie ‘Curaçao en Onderhorigheden’ omgedoopt tot het ‘Gebiedsdeel Curaçao’. Ook de staatsinrichting werd aangepast en de naam ‘Koloniale Raad van Curaçao’ werd vervangen door ‘Staten van Curaçao’. Bij de herziening van de ‘Nederlandse Grondwet van 1948: De Dekolonisatie’ werd ‘Gebiedsdeel Curaçao’ herdoopt tot ‘Nederlandse Antillen’ en werd de naam van het parlement van Antillen veranderd in ‘Staten van de Nederlandse Antillen’. Op 10 oktober 2010 werden de Nederlandse Antillen als land opgeheven.

Hoewel de Nederlandse Antillen dus officieel niet meer bestaan, wordt deze naam nog wel gebruikt. Europese Nederlanders en de bewoners van de eilanden noemen de eilanden gewoon ‘Antillen’. Antillianen - of Caribische Nederlanders zoals ze tegenwoordig heten - noemen hun geboorte-eilanden ‘Antía’.

KOLONIA-GROEP

Johnny Mauricio was medeoprichter van de eerste vereniging van Antilliaanse studenten in Nederland, die kort na het uitbreken van WOII werd opgericht met de naam ‘Kolonia Kòrsou na Hulanda’, met verzetsstrijder Delfincio Navarro als voorzitter en Johnny Mauricio als secretaris. Ter verduidelijking: de naam ‘Nederlandse Antillen’ bestond in WOII nog niet, de zes Antilliaanse eilanden heetten samen ‘Gebiedsdeel Curaçao’. Vandaar de benaming ‘Kòrsou’, waarmee alle zes eilanden werd aangeduid. Bovendien was het woord ‘kolonia’ (kolonie) al begin jaren ‘20 geschrapt uit de benaming van deze eilanden. Mauricio legde uit dat het woord ‘kolonia’ moet worden gelezen in de betekenis van “een groep van mensen uit één land (uit één zelfde natie) die bij elkaar wonen in een vreemd land”. Dus zoals we zeggen: “De Nederlandse kolonie op Antillen is groot” en “In Amerika heb je diverse Nederlandse kolonies”.

Deze Kolonia-groep bestond bij de oprichting uit 20 leden: de mannelijke leden waren onder andere Julio Hererra, Tirso Sprockel, Nicky Ecury en de vrouwelijke leden onder andere Elsa Graneveldt, Alice Martijn, Aphrodita da Costa Gomez en de zus van Boy, Elva Ecury. Door een verbod van de zijde van de Duitse bezetter was het gevaarlijk verenigingen op te richten en ook bijeenkomsten houden werd niet toegestaan. Toch bleven de leden van deze groep tot na de oorlog in contact met elkaar. Bij de bijeenkomst die na de bevrijding op 15 augustus 1945 werd gehouden waren Luís de Lannoy, Tirso Sprockel, Johnny Mauricio, Julio Herrera, Nicky Ecury, Elsa Graneveldt en anderen - die zich in de oorlog bij de groep hadden aangesloten en de oorlog hadden overleefd - aanwezig. Van deze aanwezigen zouden de meesten (die reeds afgestudeerd waren) kort daarna naar Antillen terugkeren. Enkelen bleven in Nederland om hun studie eerst af te maken.

ENKELE LEDEN

Luís Alberto José de Lannoy, die naar Nederland voor apotheker ging studeren - was de brein en onbetwiste leider van het Antilliaanse verzet in en rond Tilburg. De Antilliaanse verzetsplannen werden door De Lannoy bedacht en de verzetsacties begonnen bij hem thuis. Ook verspreidde hij illegale bladen. Luís de Lannoy was de mentor van Boy Ecury en door hem sloot Boy Ecury zich aan bij het studentenverzet.

Een bekend Antilliaans meisje dat bij de Kolonia-groep was Elsa Graneveldt. Zij kwam voor de oorlog naar Nederland en zat in Heerlen op de school voor vroedvrouwen. Vanaf het begin was Elsa lid van de Kolonia-groep. Ook bij de bijeenkomst die na de bevrijding werd gehouden, was Elsa aanwezig.

Julio Herrera schreef voor de groep. Hij ging voor WOII naar Nederland, bezocht de middelbare school in Oss en behaalde in WOII de hoofdakte voor onderwijzer aan de Kweekschool in Den Bosch. Zoals alle Antillianen toen in Nederland, was ook Herrera tijdens de bezetting afgesloten van familie en vrienden op Antillen en de oorlog belette ook hem na het behalen van zijn onderwijzersakte terug te keren.

Als student schreef Herrera gedichten, waarin hij zijn heimwee en eenzaamheid liet blijken en zijn liefde voor Antillen uitvoerig beschreef. Julio Herrera, die altijd bevriend bleef met Luís de Lannoy en Tirso Sprockel, zat vanaf de oprichting tot na de bevrijding bij de Kolonia-groep en schreef artikelen voor deze groep.

Dit verhaal is de historie van heldhaftige en moedige jonge studenten uit Antillen die zichzelf helemaal niet heldhaftig of moedig vonden. Zij kenschetsen hun daden als iets dat uit medemenselijkheid gewoon móést gebeuren.

Ik heb bewust de geboorte-eilanden van de Antillianen niet genoemd, ook niet die van de leden van de Kolonia-groep, want - volgens de verzetsvrienden, hun kameraden en familieleden - deden zij dit zelf bewust ook nooit. Bij deze studenten uit Antillen bestond er geen ‘status aparte’ gedachte.

Zij wilden niets te maken hebben met “onderscheid maken” en “in verschillen denken”, dat deden die verrekte nazi’s en dát was nu juist waar zij zich zo tegen verzetten. Zij hebben hun bijdrage geleverd aan de vrijheid van Nederland - het land waar zij te gast waren toen de oorlog uitbrak en waren bereid voor dit land, hun moederland en gastland, te strijden en alle consequenties daarvan de dragen.

Verzetsstrijder Tirso Sprockel beschreef het met een retorische vraag en zei: “Wanneer je bij een vriend te gast bent en er wordt bij hem ingebroken, jaag je toch ook de dieven weg?”

De leden van de Kolonia-groep, onder aanvoering van Delfincio Navarro en Johnny Mauricio, discussieerden ook heel vaak en heel hevig over de toekomst van de Antillen. Daarbij waren zij kritisch en wilden meer kansen voor ‘yunan di tera’, de landskinderen, waartoe zij zichzelf ook rekenden.

Zij hielden van zowel het moederland als hun vaderland en waren buitengewoon trots op het land waar ze waren geboren en vandaan kwamen: Antillen.

Met beleefde groeten,

Gilbert Engelhardt


Betrokken organisaties

Gilbert Engelhardt


 In deze september editie van het Latin-Magazine onder andere:

Michael Romance

Esta vez tenemos el gusto de entrevistar al joven artista de bachata, Michael ROMANCE. Que vive en Canadá.

Debuutalbum Jan Reijnders is uit

Op alle online platforms is sinds deze maand Jan Reijnders' eerste album La Flecha y Mi Corazon’ te verkrijgen. Wie zijn debuutalbum beluistert...

Emilio Frias (El Nino) presenteert Voces de Hoy

De Cubaanse zanger en componist Emilio Frías presenteert Voces De Hoy, een ambitieus muzikaal project...

G. Combo - Gran Reserva

Gooi een band en muzikale stijlen uit Cuba, Colombia, Spanje, Brazilië en Jamaica in een blender...

Oscuro Deseo

Spaanse series zijn hot op Netflix!!! dat is niet te ontkennen! We hebben dit keer voor jullie, Oscuro Deseo.

Choco Mates

Mates rum heeft nu iets bijzonders, namelijk Choco Mates...