Zuid-Amerikaanse dansen in Nederland – Visie van Ziko

Delen via Whatsapp Delen via Facebook Messenger Delen via Facebook

do 1 december 2016

Van begin jaren ’90 tot 2012 groeiden de Zuid-Amerikaanse dansen (salsa, merengue en montuno) in Nederland. Zouk groeide vanaf 2004 tot 2012. Deze dansen gingen in die periode een belangrijk onderdeel uitmaken van de cultuur in Europa, en zeker in Nederland. Dat wil zeggen dat deze dansen op veel bruiloften, vrijgezellenfeesten, bedrijfsfeesten en openluchtfeesten werden gedanst.

In dit stuk wil ik de geschiedenis van Zuid-Amerikaanse dansen in Nederland vanaf 1970 tot heden weergeven, mijn rol daarin en visie daarop. Natuurlijk wil ik hier niet alleen over mijn bijdrage schrijven, maar ook over alle mensen die hun best hebben gedaan om salsa in Nederland waar te maken. Ik schrijf dit stuk vanuit mijn visie en herinnering, en natuurlijk sta ik open voor professionele aanvullingen.

Mijn dansschool loopt al 25 jaar en zeven dagen per week, over succes hoef ik niet te klagen. Toch zou ik in dit stuk ook graag wat suggesties willen doen voor verbeteringen binnen de dansscene zodat we samen een stap verder kunnen komen. Een belangrijke verbetering zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat dansen meer zou kunnen betekenen voor de maatschappij. Hier ben ik ook veel mee bezig geweest tijdens mijn carrière. Ik dacht hierbij aan thema’s als de integratie tussen verschillende lagen van de bevolking, verschillende nationaliteiten en mensen met en zonder een beperking. Maar ik wilde ook kinderen op laten groeien met beweging, ouderen laten bewegen en plezier laten maken, ook met jonge mensen. Als professionele dansleraar wilde ik meer betekenen dan de mensen stapjes leren.

Ik zal in dit stuk de beginjaren van de salsa in Nederland behandelen, hoe het populair is geworden, de komst van de LA style naar Nederland. Ook zal ik ingaan op verschillende dansstijlen, de timing van de muziek en meer. Ik zal eindigen met een voorstel voor nieuwe dansconcepten.

Het begin, de jaren 70 en ’80: Antilliaanse invloeden en films

Salsa, merengue, bolero en montuno zijn in Nederland gekomen door de Antilianen. Begin jaren ‘70 kwamen Antilliaanse en Surinaamse studenten naar Nederland. Zij kregen van de overheid studentenverenigingen en locaties die in die tijd bekend stonden als internationale clubs. Zeker in Nijmegen en Wageningen was dat het geval. De locatie in Wageningen bestaat nog steeds onder dezelfde naam (The International Club Association). In Nijmegen besloot de gemeente dat de club ook voor andere culturen toegankelijk moest worden gemaakt, niet alleen voor Surinamers en Antillianen. Daarom gingen de Antilliaanse studenten op zoek naar een eigen locatie. In 1983 startten ze het eerste Salsa café in Nijmegen (Amanné). In 1985 begonnen ze ook dansles te geven aan een groep die op zoek was naar alles wat niet Nederlands was. Veel “geitenwollen sokken” types en mannen met baarden. Beetje bij beetje kwamen er daarna ook studenten bij. Ongeveer tegelijkertijd begonnen Ewald Chocolaad in Groningen en Nelson Debret in Amsterdam ook salsa en merengue lessen te geven. Daarnaast leerden veel Nederlandse vrouwen dansen van hun Antilliaanse vriend, maar dat was meer dansen zoals je in de woonkamer doet: kleine stapjes, close dansen en weinig combinaties.

Salsa groeide in de jaren ’80 doordat het op veel gelegenheden werd gepromoot. Zo werd er salsa gedanst op de Uitmarkt in Amsterdam en in de openlucht op verschillende plaatsen in Nederland. Niet alleen Salsa, maar ook Antilliaanse folklore dansen werden op zulke gelegenheden gedanst en gepromoot.

Deze dansen werden pas echt populair toen in 1987 de film ‘Dirty Dancing’ uitkwam, in 1988 de film ‘Salsa’ en in 1990 de film ‘Lambada’. Deze films bereikten namelijk veel mensen, ook internationaal. In de film ‘Salsa’ dansen verschillende liefhebbers, onder andere Albert Torres, die tegenwoordig de organisator is van danscongressen in Amerika en andere landen. Ook belangrijk voor de groei van salsa in Nederland waren de beelden van destijds prins Willem-Alexander die op Curaçao merengue danst. Door deze groei kwamen er in de jaren ‘80 steeds meer Zuid-Amerikaanse clubs in bijvoorbeeld Den Haag en Arnhem waar salsa, merengue en bachata muziek werd gedraaid. Deze clubs kregen veel bezoekers, waaronder prostituees en hun mannen, maar ook ‘gangbaar’ publiek en studenten. Er werd in die clubs zeer veel gedronken en drugs gebruikt. Daardoor hebben deze clubs niet lang bestaan.

 

De jaren ’90

In de jaren ’90 kwamen er meer salsa dansscholen naast de al bestaande Antilliaanse scholen. Het accent lag destijds meer op salsa. Merengue, bachata en montuno kregen minder aandacht. Zeker in de randstad, maar ook in Eindhoven, Utrecht, Den Bosch, Arnhem en Wageningen kwamen er dansscholen. Het was opvallend dat er in die tijd weinig blanke dansleraren waren. Wat ik me kan herinneren alleen Peter en Petra in Den Bosch en Raoul in Amsterdam. De meeste dansscholen werden gerund door één dansleraar, maar bij sommigen, zoals bij Salseros (Den Haag) en Union (Utrecht), verzorgden verschillende leraren de lessen. Salseros was ook een van de weinige scholen die een eigen locatie had en die nu ook nog bestaat.

Mijn eerste lessen gaf ik in de jaren ’90. Ik ging toen regelmatig naar een dansclub in Amsterdam. Daar hebben groepjes bezoekers mij gevraagd om danslessen aan ze te geven op een locatie die zij hadden geregeld. Dit heb ik een paar keer geweigerd omdat mijn interesses destijds meer bij voetbal lagen dan bij het dansen. Bovendien sprak ik nog geen goed Nederlands. Ook was ik nog niet zeker of ik wel in Nederland wilde blijven. Na aandringen ben ik uiteindelijk wel lessen gaan geven aan een vriendengroepje. In die tijd danste ik ook onder meer Antilliaanse dansen bij Amanné in Nijmegen. Naast de kennis die ik al had van Braziliaanse dansen, Afrikaanse dansen en tango hebben de Antilliaanse dansen mijn kennis over dansen breder gemaakt. Ik denk dat ik dankzij die brede kennis ben gekomen waar ik nu sta.

Na Amsterdam ben ik in Arnhem begonnen met lessen geven voor een besloten groep aan de Rosendaalsestraat. Toen had ik de smaak te pakken, ging mijn voetbalcarrière minder en begon ik mijn eigen danslessen te geven in Arnhem en Nijmegen onder de naam Ziko Centro de Dança. In Arnhem had ik het geluk dat ik een vaste locatie had, boven de Korenbar. Dankzij de goede samenwerking met de eigenaar van het pand groeiden het aantal lessen tot zeven dagen in de week, en die hoeveelheid is gebleven tot nu toe.

 

Salsa stijlen

De salsa dans begon te veranderen in de jaren ’90. Er werden steeds meer combinaties gedanst en er ontstonden verschillende stijlen – zoals Cubaans, Antilliaans of Braziliaans – maar wat mij betreft viel alles onder de geïmproviseerde stijl. In die tijd was er ook veel discussie over wat ‘de echte’ salsa was. Salsa werd gedanst met de rechtervoet naar voren. Daarvan werd gezegd dat dat uit de Antillen of Cuba kwam. Dit klopt niet want rechtsvoor is geen Antilliaanse stijl en hoeft ook niet per se Cubaans te zijn (zie ‘Antilliaanse stijl’). Ik danste toen al met linksvoor – wat nu ‘salsa on 2’ wordt genoemd – ik heb nooit met rechtsvoor gedanst. Eerlijk gezegd wilde ik toen al niet snappen waarom het verschil zo groot was, want tijdens de dans kan je makkelijk wisselen tussen links- of rechtsvoor.

Destijds was ik al tegen het veranderen van het karakter van de dans en het ontstaan van veel verschillende stijlen. Toen zouk later in opmars kwam werd het duidelijk dat ik gelijk had omdat zouk precies dezelfde combinaties gebruikte als de Braziliaanse salsa stijl (hair-movement, cambré’s en dezelfde manier van dansen). Het bleek dus dat deze Braziliaanse stijl weinig met salsa van doen had. Ik had destijds ook veel moeite met ‘salsa-tango’ omdat dat in strijd was met de essentie en de harmonie van de salsamuziek. Ik was en ben nog steeds voorstander van het gebruiken van elementen uit andere dansen zolang die inspiratie niet ten koste gaat van het karakter van de dans zelf.

Mensen hadden toen al (en nog steeds) de behoefte om alles in stijlen te benoemen en daar heb ik moeite mee – zelfs als het ‘Ziko’s stijl’ werd genoemd. Ik wilde geen eigen stijl, maar juist dat mensen die van mij les kregen, met iedereen konden dansen op de essentie en het gevoel van de muziek (zie: de nieuwe dansen van de laatste jaren’)

 

LA Style naar Nederland

Tot ongeveer 1997 was Nederland het grootste dansland in Europa, misschien wel in de hele wereld, op New York en Zuid-Amerika na. Mensen uit Europa die wilden leren dansen, gingen daarvoor naar Nederland.

Je hoorde destijds over de LA style doordat een groep o.l.v. Edy de Salsafreak Europa bezocht, en ook Arnhem. Tegen hem heb ik in een interview gezegd dat ik de L.A.-stijl te hard vond. Zij waren op hun beurt onder de indruk van hoe wij in Arnhem dansten.

In de jaren ‘96/’97 werden danscongressen in Porto Rico georganiseerd waar de LA style sterk aanwezig was. Ik werd uitgenodigd om naar Porto Rico te komen om daar een show te geven, maar ik kon niet vanwege problemen met mijn verblijfsvergunning. Leo en Monique van Dos Bailadores, één van de weinige dansscholen uit die tijd die nog bestaat, hebben daar een show gegeven. Helaas heeft zij in mei 2015 Leo Martina verloren.

In 1998 gingen veel dansscholen naar de congressen in Porto Rico om workshops te volgen (o.a. Union Salsa, Salsipuedes, Salsaventura – waarvan de naam afstamt uit een groep uit Venezuela). Daarna hoorde je steeds meer over de LA style. Zeker door de verhuizing van Annetje en Marlon van Amerika naar Nederland werd de LA style bekend. Maar de echte knaller was in 1999 toen het eerste salsadanscongres in Europa in Haarlem werd georganiseerd. Hier kwamen heel veel leraren uit Los Angeles naartoe en hier werd de LA style en het dansen op de eerste tel echt geïntroduceerd.

Vanaf 2002 werd de LA style populair in Nederland en ineens kwamen er veel dansscholen. Veel van die scholen begonnen met lesgeven in de LA style nadat ze workshops op congressen hadden gevolgd. Iedereen nam zijn camera mee naar de congressen. Naast je dansschoenen werd de camera één van de belangrijkste dingen van je dansoutfit! De programma’s op congressen waren veelal hetzelfde en je kon alles terugkijken en nadoen. Veel oude dansscholen stopten er toen mee, omdat ze niet mee konden komen of omdat ze de niet in de nieuwe stijl wilden dansen. Het bewijs dat Salsa zo populair was in Nederland, bleek op het danscongres in Hamburg in 2002. Meer dan de helft van de bezoekers kwam uit Nederland. Het gevolg was dat er steeds meer danswedstrijden werden georganiseerd en er nieuwe Cd’s en Dvd’s werden gemaakt.

 

Toppunt bereikt

Tussen 2007 en 2012 was het niveau van salsa hoger dan nu omdat er toen meer mensen salsa dansten. Het was ook opmerkelijk dat door de grote populariteit van salsa, er weinig ruimte was voor andere dansen zoals bachata en merengue; kizomba en west coast swing konden er niet eens doorheen komen.

Vanaf 2012 zakte echter de populariteit van salsa. Natuurlijk komt dat doordat in het begin alles nieuw was. Mensen waren nieuwsgierig en in voor wat nieuws. Later ging de kick ervan af. Mijn verklaring daarvoor is dat er de laatste jaren te veel nadruk is komen te liggen op de techniek wat ten koste ging van de sfeer en de essentie van het salsa dansen. Ik wilde juist een combinatie van de benodigde techniek en de vrolijkheid van salsa en het spel tussen man en vrouw. Dat is namelijk ook wat mensen in eerste instantie van salsa verwachten. Een van de redenen dat mensen stopten met dansen was te veel onnodige techniek, zoals te veel spinnen. Begrijp me niet verkeerd, het aanleren van de juiste spintechniek is belangrijk, maar salsa is veel meer dan alleen deze technieken.

Hierbij denk ik terug aan wat ik in 1999 heb gezegd: dat wij – de dansscene – beter kunnen nadenken over inspiratie, samenwerken, samen praten en samen denken over een mooi concept voor salsa, zodat mensen in het algemeen het leuk vinden en het ook leuk blíjven vinden. Want mensen kunnen wel de danspasjes en de techniek missen, maar níet het plezier. Mensen van alle leeftijden moeten salsa kunnen dansen. Vergeet niet dat salsa een straat- en familiedans is. Zowel voor kinderen, ouders als grootouders. Dus denk je aan goed leren dansen, dan doe je dat met plezier! Op deze gedachtes kreeg ik echter veel commentaar omdat de invloeden uit Amerika te sterk waren en mensen die invloed bleven volgen.

Dit begrijp ik ook omdat iedereen met de nieuwe LA style makkelijk dansleraar kon worden, ook zonder de ervaring en het gevoel voor de dans. Dit kwam omdat binnen de LA style combinaties makkelijk geleerd konden worden op workshops, aan de hand van Dvd’s en met kant-en-klare Cd’s waarop de timing van de muziek stond. Bij de andere stijlen had je jarenlange ervaring nodig en moest je zelf creatief zijn en harder werken om leraar te kunnen zijn. Dat veel mensen in een keer leraar konden worden heb ik altijd jammer gevonden omdat je het in de lessen merkte aan de manier van communiceren en er weinig of geen ervaring en geen diepere gedachtes achter de lesstof zaten. Als voorbeeld wil ik noemen dat de heupbeweging en cambré’s werden gecorrigeerd, want dat viel onder de oude stijl. Toch werd dan een paar maanden later een leraar ingehuurd die een workshop heuptechniek of acrobatiek gaf. Er kwamen danscongressen en bootcamps, er werden feesten georganiseerd door evenementenbureaus, men bood “leren dansen in 1 dag” aan en leraren gaven diploma’s aan anderen om dansleraar te worden, terwijl ze zelf niet eens gediplomeerd waren. Er werd tevergeefs een poging gedaan om een salsadansbond in Nederland op te richten, maar helaas blijft samenwerken in deze scene altijd een zwak punt. Op dit moment denk ik dat gezien de geschiedenis het aantal dansscholen wel minder wordt, maar ik hoop dat de kwaliteit hoger gaat worden. Voor mij is zeker dat je zonder samenwerking op een gezonde en professionele manier, niet verder komt (zie: samenwerking).

Antilliaanse stijl

Over de Antilliaanse salsa-stijl wordt vaak gezegd dat het wordt gedanst met het rechterbeen naar voren. Naar mijn mening is dat niet waar. Het is een stijl die wordt gedanst bij dansscholen geïnspireerd door de zijbasis (de stijl die vanzelf wordt gedanst door mensen die salsa niet in lessen hebben geleerd). Ook in de Cubaanse stijl wordt er met rechtsvoor gedanst, terwijl er ook veel mensen met linksvoor dansen. Bij allebei de stijlen is de zijbasis het belangrijkste, zeker als je start met combinaties.

 

Salsa on 2

Eind jaren ‘80 en begin jaren negentig kon ik zien dat er salsa on 2 gedanst werd in New York en dat stond toen dichtbij de Cubaanse en Porto Ricaanse dansstijl. Deze New York stijl was vermengd met elementen uit verschillende Amerikaanse dansen (o.a. West Coast Swing en Cha Cha Cha). De ‘left side step’ in de West coast swing is bijvoorbeeld een element die in de salsa werd gebruikt en daar ‘cross body lead’ heet. Dat kon ik allemaal zien in de optredens van Eddie Torres en zijn dansers op livemuziek van Tito Puente. Je maakt mij niet wijs dat Cubanen of Zuid-Amerikanen – die geen dansles hebben gehad – in New York op één lijn dansen (dat heb ik in ieder geval niet gezien). Ik vond de manier van dansen toen leuk, niet te hard en niet te veel styling. Als je draait, draai je op twee benen, links, rechts of andersom. Dat zorgt ervoor dat je in het ritme blijft en de harmonie en het gevoel van de dans hebt. De manier van kleden geeft je het echte salsa gevoel.

Eddie Torres kwam midden jaren ’90 naar Nederland en toen hoorde je in Nederland over salsa on 2. Met zijn uitleg van de timing van de muziek was ik het niet eens omdat die volgens mij niet klopt. Dat kon ik zien aan de video met salsa lesmateriaal die hij toen uitbracht. Dat heb ik ook in een interview met Oye Listen destijds gezegd. Het merendeel van de mensen (meer dan je denkt!) danst namelijk op de derde of zevende tel, terwijl ze zeggen op de tweede tel te dansen. Men legt de timing van salsa on 2 uit op de tweede tel, maar als de muziek aangaat danst men in feite op de derde tel (met links naar achter). Deze gebreken in de juiste uitleg van de muziek en de maat waarop men danst geeft aan dat deze scene in feite weinig professionele dansleraren kent. Hierdoor wordt er (te) veel gedachteloos gekopieerd en kunnen onjuiste dingen groeien. De laatste jaren werd salsa on 2 meer en meer geïnspireerd door de LA style, met name het vele spinnen en de nadruk op techniek.

Vanaf ongeveer 2006 was salsa on 2 in een keer gegroeid: er werden meer workshops gegeven op congressen door leraren uit New York en shows on 2 gegeven. Je hoorde destijds leraren zeggen dat salsa on 2 rustiger is. Dat vond ik vreselijk om te horen omdat het tempo van de muziek niet verandert, het is hetzelfde tempo als on 1. Daarnaast zit in veel salsanummers een mambo stukje, en dat is juist een snel stukje waarop je ziet dat dansers losgaan. Bovendien is mambomuziek niet per se langzamer dan salsamuziek (zie: ‘de timing van de salsamuziek). Ook herkenbaar aan die tijd, en nog steeds een beetje, is dat men op feesten voorafgaand als men iemand ten dans vraagt, vraagt of diegene on 1 of on 2 danst. Ik kan je vertellen dat mij dat als professionele leraar, die zijn leven heeft gegeven voor dansen, veel pijn deed (zie: ‘nieuwe dansconcepten’)

 

LA style: salsa on 1

Zeker in de jaren ’90 is salsa on 1 sterk gegroeid in Los Angeles, onder andere door leerlingen die les hadden genomen in New York en zelf begonnen met les geven. Salsa on 1 was geïnspireerd door salsa on 2.

De LA style is naast de originele salsa, geïnspireerd door andere soorten dansen. Dat was destijds goed terug te zien in shows – zoals het gebruik van acrobatische combinaties die vanuit andere soorten dansen kwamen – en de manier van kleden, vooral bij de dames. Herkenbaar aan de LA style was het spinnen en de fanatieke shows.

Naar mijn mening kwam er later te veel spinnen in de dans, zonder diepere gedachte (mensen deden andere mensen na). Ik begreep niet waarom er zo veel spinnen in de dans moest komen. Dansen moet volgens mij een kunst zijn en passen bij de harmonie van de muziek, geen kunnen. Bijvoorbeeld als je kijkt naar de shows van Introdans zie je dat het spinnen wordt gebruikt om de dans compleet te maken en niet om het spinnen zelf. Dat is mijn manier van denken over dansen.

 

Lady styling en voetenwerk

In het begin van de jaren ‘90 danste men qua styling zoals in Cuba en Zuid-Amerika. Bij lady-styling ging het daar om de sierlijkheid van de vrouw en het machogedrag van de man. Vrouwen wapperen met hun rokje, terwijl mannen combinaties doen om macho over te komen (armspieren laten zien). De Zuid-Amerikaanse dansen waren een onderdeel van die cultuur en het ging dan ook niet alleen om dansen en stappen leren maar vooral om de uitstraling en het spel tussen man en vrouw. In deze tijd waren dames bij mijn gevorderde groepen en showgroepen verplicht om een rokje of jurk te dragen. Dit paste geheel bij mijn locatie die in Zuid Amerikaanse sfeer is ingericht. In die tijd kwamen ook de armbewegingen en sierlijke hand bij de dans, geïnspireerd door onder andere stijldansen.

Bij de LA style kwam er meer structuur in de lady-styling en werden er losse elementen bij elkaar gecombineerd en daar werd vervolgens les in gegeven. Er kwamen ook Dvd’s met speciale lady-styling lessen. Sommige stukjes zijn een verrijking van de dans; andere stukjes zijn te hard (vooral bepaalde stukjes voetenwerk). Ik ben altijd al een voorstander geweest van sierlijkheid. Ik denk dat veel vrouwen LA style meer aantrekkelijk vinden door de lady-styling. Er werden ook veel workshops gegeven voor voetenwerk bij salsa en ook daar kwamen Dvd’s van.

 

De timing van de salsa- en bachatamuziek

Salsa- en bachatamuziek is geschreven in een vier-kwarts maat (1-2-3-4; 1-2-3-4). In de jaren ’90 (voor zover ik weet) dansten de salsaleraren op verschillende maten, maar wel op het tempo van de muziek. Ze startten dus niet op een vaste tel met links naar voren. Tijdens een interview met Oye Listen heb ik gezegd dat de leraren niet op een vaste maat dansten en dat de manier waarop de telling van de muziek werd uitgelegd tijdens de lessen ook niet klopte, behalve bij Amanné. Als je namelijk 1-2-3-4-5-6 telt, stap je de volgende basis naar voren op de zevende tel. Als je stapt op 1-2-3-4-5-6-7-8 heb je hetzelfde probleem behalve als je tipt op 4 en 8 (zoals bij bijvoorbeeld bachata), of 2 en 6. De andere optie is dat één van de tellen per vierkwartsmaat een rust wordt. Dan klopt de salsabasis op de muziek (bijvoorbeeld: 1,2,3 rust - 5,6,7 rust). Toen ik dit had gezegd in het interview kreeg ik veel boze leraren over me heen. Ik vond het destijds jammer dat men in plaats van mij gelijk te geven en met mij mee te denken, men mij juist tegenwerkte. Maar goed, rond dezelfde tijd danste ik naast Celia Cruz in Amsterdam en was mijn dansschool zeven dagen per week open.

Eind jaren ’90 probeerden sommige leraren de timing van de salsa uit te leggen op een vast maat 1,2,3 – 5,6,7 (dus rust op 4 en 8). Deze telling kwam uit de jazzmuziek. Dit heeft in het algemeen gewerkt, zodat mensen snapten waar de eerste en vijfde tel zitten en dergelijke. Het nadeel van deze telling is dat er ervaring vereist is om op dezelfde maat te blijven. Als er namelijk bijvoorbeeld een accent is in de muziek op 5 in plaats van 1, zie je veel mensen uit de maat dansen en wordt 1 verwisseld met 5. Daarnaast, als er een break is in de muziek van 4 in plaats van 8 tellen wordt de maat verwisseld. En als de muzikanten gaan improviseren en spelen zie je ook dat de mensen uit de maat dansen. De zanger kan bijvoorbeeld ook op de vijfde tel beginnen, dansers denken dan gauw dat het om de eerste tel gaat. De muzikanten letten namelijk vooral op de vierkwartsmaat. Deze telling van de muziek werkt in de meeste gevallen goed, alleen in bovenstaande gevallen kan het verwarrend zijn. Het is dus belangrijk om dat ook aan leerlingen uit te leggen. De leerlingen moeten leren met gevoel naar de muziek te blijven luisteren. In de beginperiode zouden leraren duidelijke salsanummers moeten gebruiken waarin de maat niet verandert.

Wat goed is kost tijd dus een advies: leraren neem muziekles en cursisten neem de tijd om de muziek goed te leren begrijpen.

 

Zouk in Nederland

Door de verandering van de oude salsa stijl naar de LA style is zouk in Nederland gegroeid vanaf ongeveer 2004.

Zouk is begonnen in Brazilië als een soort lambada dans. Dat is terug te zien op oude beelden van bijv. de dansschool van Jaime Aroxa. Cursisten van hem zijn o.a. Adilio en Claudia. Aan bijvoorbeeld de lateraal en het om elkaar heen dansen in de lambada en zouk kun je zien dat er in deze dansen invloeden zijn van Cubaanse salsa. De timing van de muziek komt uit de samba (sjiek-sjiek-toem).

Eigenlijk bestaat Zouk in Nederland al vanaf begin jaren ‘90, maar toen werd het Braziliaanse salsa genoemd. Zoals ik al aangaf, had ik er moeite mee dat dit salsa werd genoemd. Na 2002 werd het duidelijk dat dit inderdaad niet klopte omdat deze dans toen werd geïntroduceerd als zouk.

In Nederland is zouk een stap verder gekomen toen Claudia (Brasazouk) en Claudio (Zouklovers) samen lessen hebben genomen in Brazilië. Zij zijn aansluitend zouklessen gaan geven in Nederland. Zelf ben ik in 2003 naar Brazilië gegaan om me te verdiepen in de geschiedenis van de dans, dus niet alleen om stappen te leren. Ik ben één maand gegaan, maar na een week wist ik eigenlijk al genoeg. Er waren namelijk heel veel dingen die ik al van andere stijlen kende en ik dacht: als ik in Nederland terug ben ga ik er wat moois van maken! In ieder geval wist ik waarover ik praatte. Teruggekomen in Nederland, heb ik mijn eigen programma gemaakt waarbij de basis en de achterliggende gedachte van de dans een grote rol speelden. In die tijd werd gesproken over de Zouk driehoek van Nederland (Brasazouk, Zouklovers en Ziko). Maar er was geen sprake van samenwerking. Met de tijd werden Zouk congressen georganiseerd; eerst door Brasazouk, waar het accent lag op LambaZouk. En met trots kan ik zeggen dat wij de eerste school in Nederland zijn die een Salsa & Zouk congres (combinatie) heeft georganiseerd.

Zouk begon echt te groeien toen er nieuwe zouk Cd’s werden gemaakt en er liveoptredens kwamen van bekende artiesten zoals Nelson Freitas en Suzanna Lubrano. Met die laatste hebben wij in de Rijnhal in Arnhem opgetreden en voor haar hebben we ook een fotoshoot gedaan. Een aantal jaren later gingen in één keer meer leraren beginnen met het geven van zouklessen. Ondanks dat er veel leraren waren, was de manier van dansen bijna hetzelfde en dat had veel voordelen.

Door onder andere door programma’s als ‘So you think you can dance’ zijn er echter veranderingen in de dans gekomen. Er werden elementen bijgevoegd van contemporary and modern dance zoals ‘contact improvisation’. Ik denk dat we als Braziliaanse en Zuid-Amerikaanse dansleraren bij het gebruik van deze technieken ­– niet eigen aan onze Braziliaanse dans – meteen achterlopen omdat het niet onze specialiteit is. Ook de soort muziek die bij deze nieuwe technieken wordt gebruikt past niet bij de opbouw van onze beginnerslessen waarin we de maat, de muziek en de basis van zouk uitleggen. Ik denk dat de elementen uit moderne dans zeker een voordeel zouden kunnen zijn voor de zoukdans, zolang de essentie van zouk niet verandert. Nu is het zo dat die elementen de zouk soms overheersen en het een soort moderne dans met zouk elementen is geworden. Bovendien kunnen deze elementen mooi zijn, maar het werft geen nieuwe mensen die op zoek zijn naar een Braziliaanse dans.

Daarnaast worden er steeds nieuwe zouk-stijlen benoemd, waarin zouk met andere dansen wordt gecombineerd. Bij deze vermengingen verrijk je de dans misschien met combinaties, je wijkt echter af van de harmonie en de essentie van de dans. Bij het gebruik van zouk in West coast swing past echter het laten inspireren door die dans wel omdat je in die laatste dans op verschillende tellen, verschillende muziek en op verschillende manieren kan dansen. West coast swing is dan ook een vrije dans: je kan veel dingen erin vermengen zonder het karakter van de dans te verliezen. Bij zouk is dat mijns inziens niet het geval. Door het gebruiken van niet-zouk muziek en niet-zouk elementen verliest de dans een deel van haar karakter (zie: ‘de nieuwe dansen van de laatste jaren’).

Doordat er in Nederland weinig professionele zoukleraren zijn en er binnen de zoukscene weinig wordt samengewerkt, wordt zouk steeds minder populair. Op grote feesten werd vroeger vaak zouk gecombineerd met salsa. Daar zie je nu de zouk steeds meer wegvallen en plaatsmaken voor bachata en kizomba. Een paar jaar geleden zou niemand dat hebben gedacht (zie: ‘grote feesten, festivals en congressen’). Ik kan zeggen dat wij op dit gebied momenteel de enige dansschool zijn die veel nieuwe beginners trekt voor zouk. Voor zouk zou het goed zijn als professionele scholen gaan samenwerken en bedenken wat mensen nodig hebben om zouk weer omhoog te trekken.

De zoukscene zelf is zoals gezegd kleiner geworden: er zijn minder zouklessen en minder zoukfeesten. Ikzelf heb er geen last van want iedere dag nog geef ik Zouklessen aan volle groepen. Maar als professionele leraar kan ik wel zien dat de invloed van Zouk eigenlijk groter is dan ooit. Dat kun je bijvoorbeeld zien aan de zouk-elementen die worden gebruikt in West Coast Swing, Bachata Sensual, Kizomba en Tango. Veel leraren die hier les in geven, komen dan ook bij ons om privéles te nemen om zouk-elementen te gebruiken in andere dansen. Dit kun je zien op youtube, films, facebook en shows. Ik wil hiermee aangeven dat de populariteit van zouk zeker nog terug kan komen.

 

Bachata & merengue

In de jaren ’80 werd er voornamelijk bachata gedanst in clubs waar mensen uit de Dominicaanse republiek kwamen. In dansscholen werd er in de jaren ‘80 en ‘90 echter haast geen aandacht besteed aan bachata en merengue in de danslessen. Dat vond ik destijds jammer omdat bij deze twee dansen, naast salsa, de Zuid-Amerikaanse cultuur goed naar boven komt. Daarnaast maakt iedere dans de andere sterker. Door bijvoorbeeld het buigen en strekken van de knie met merengue dans je mooier salsa. Dit zit dan ook altijd al in ons lesprogramma.

De laatste paar jaren is bachata echter populair geworden in dansscholen: er wordt veel bachata gedanst, veel bachatafeesten georganiseerd en bij grote feesten is er een speciale bachatazaal. Sommige dansscholen zijn ook gegroeid door veel bachatalessen aan te bieden. Bachata is onder andere gegroeid door een YouTube film van Ataca en La Alemana uit 2010 die veel werd gedeeld op facebook. Het was voor mij duidelijk dat er veel salsa elementen zoals voetenwerk in die show werden gebruikt. Voor mij was het een soort salsa-show met bachata-basis. Toch waren er veel mensen van onder de indruk, en zelfs het nummer waar ze op dansten werd in een keer heel populair.  Sindsdien zit er veel voetenwerk in bachata. In een discussie zei ik toen dat in vergelijking met hoe er in de video bachata wordt gedanst er in de Dominicaanse manier van bachata dansen meer spontane bewegingen zitten die passen bij de bachatamuziek. Daar zijn het meer spontane voetbewegingen in plaats van aangeleerd voetenwerk. Tegenwoordig is bachata sensual in opmars. Deze dans is gecombineerd met zoukbewegingen: body-rolls, nek-bewegingen en cambré’s. Het is allemaal mooi om te zien, maar ik zie dit af en toe als een soort zouk-dans met bachata-basis. Met het gebruiken van zouk-combinaties verlies je het karakter van de bachata dans, dat besloten ligt in de harmonie van de muziek (zie meer onder: ‘de nieuwe dansen van de laatste jaren’). Tegenwoordig merk je dat de populariteit van bachata afzwakt, zeker op grote feesten. Merengue wordt vaak totaal vergeten, alleen af en toe op sommige feesten wordt het gedraaid. Dat is toch jammer!?

 

Kizomba

De sfeer van kizomba van nu was voor mij al bekend uit de jaren ‘90 in Antilliaanse clubs met Ritmo Kombiná. De heupbewegingen, close dansen en leiden vanuit de heupen werden daar al gedaan. Rond 2008/2009 was Salsa op zijn hoogtepunt, waardoor er weinig ruimte was voor andere dansen. Vanaf 2010 hoorde je iets meer over kizomba. Tijdens het Salsa beach festival in 2010 werden bijvoorbeeld kizomba workshops gegeven door bekende salsadansers.

Op een gegeven moment werden er veel kizomba workshops gegeven op verschillende plaatsen in Nederland. Ook verzorgde de Kizomba Love Company meer bootcamps onder leiding van Jose N'dagala. Vervolgens werd kizomba iets bekender op internationaal gebied door een Facebook/Youtube filmpje van Albir Rojas en Sara Lopez. In die tijd hoorde ik van veel cursisten dat ze het te close vonden. Echter, voordat kizomba in Nederland populair werd, danste men al veel kizomba in Portugal, Frankrijk en Spanje.

De muziek en de basis van de kizomba komen over het algemeen uit Angola en Mozambique. De huidige vorm van kizomba is echter een geïmproviseerde dans, ontstaan vanuit Afrikaanse dans, samba de gafieira en tango. De huidige manier van kizomba dansen kwam vanuit Europa naar Angola, door workshops op scholen van Angolaanse leraren die in Europa wonen, tv-shows en meer. Kizomba wordt ook weleens Afrikaanse Tango genoemd, maar dat is onjuist in mijn optiek. Het gaat namelijk niet om de combinaties die gehaald zijn uit Tango, zoals het leiden met de torso, maar om de harmonie van de muziek die een totaal andere beleving vraagt. Daarnaast heb ik de kantelende heupbeweging nooit in tango gezien.

Binnen de shows van Kizomba wordt veel herhaald en gekopieerd van met name samba de gafieira, wat al ruim 25 jaar bekend is. Naar mijn mening maakt kizomba op dit moment dezelfde fouten als waar het bij zouk mis is gegaan. Er is namelijk te veel fantasie en er zijn te veel namen voor stijlen die hetzelfde betekenen waardoor de dans haar identiteit verliest en uiteindelijk de groepen verdeeld en dus kleiner worden. Jammer hieraan is, is dat mensen van verschillende ‘stijlen’ dan niet meer samen kunnen dansen, plus dat de beleving van de dans minder wordt (zie: nieuwe dansconcepten).

Ik probeer altijd bezig te zijn met de vorm en het karakter van kizomba, wat hopelijk een verrijking is voor de dans in plaats van een beperking. Alles wat anders is kost tijd, maar ik heb er vertrouwen in dat dit succes zal hebben, omdat deze insteek ook bij andere dansen succes had.

Kizomba wordt momenteel door velen gezien als een erg populaire dans, maar ik zie dat anders. Gezien het aantal cursisten dat zich aanmeldt voor kizomba versus salsa, vind ik kizomba nog niet zo populair.

Semba: ondanks dat veel combinaties in deze dans uit Cubaanse salsa komen denk ik dat deze dans het dichtstbij de essentie van de Afrikaanse cultuur staat.

 

De nieuwe dansen van de laatste jaren & de benoeming van stijlen

Alle dansen die de laatste jaren in opkomst zijn gekomen, maken dat de dansscene niet groter wordt omdat deze dansen steeds dezelfde mensen aanspreken. Mensen die bijvoorbeeld bachata of kizomba gaan dansen, dansen vaak al salsa of hebben vroeger salsa gedanst. Door een slechte samenwerking en het niet kijken naar het verleden, worden naar mijn mening nu dezelfde fouten van vroeger herhaald. In de jaren ‘90 werd bijvoorbeeld salsa met samba en salsa met tango gecombineerd. Dat was toen geen succes geworden. Momenteel heb je dansstijlen als Bachata Sensual, Urban Kizomba en Bachatango. Het is fantastisch dat je geïnspireerd raakt door verschillende dansen, maar als het ten koste gaat van de essentie van de dans en de muziek ben ik bang dat de dans niet zal groeien. Muziek maakt namelijk de dans, en niet de dans de muziek. Met ieder muzieknummer heb je genoeg mogelijkheden om verschillende dingen te doen: als je goed naar de muziek luistert en daarop reageert zijn er genoeg mogelijkheden om te variëren zonder er een aparte stijl van te hoeven maken. Bovendien, als je een aparte stijl benoemt met bijvoorbeeld veel body-rolls, kan dat goed passen bij een bepaald stukje van de muziek, maar niet bij het hele nummer. Verder heeft ieder mens zijn eigen creativiteit en heeft iedereen al een eigen stijl. Het willen aanleren van een dans binnen een beperkte stijl beperkt dus ook de creativiteit van de danser en de manieren waarop je kan reageren op de muziek.

 

Samenwerking

Samenwerking is vanaf het begin het zwakste punt in deze scene. Mijn visie is dat de danswereld gegroeid is door mensen die het leuk vinden om les te geven, wat heel mooi is. Echter, zij hebben niet altijd de professionele manier van denken die nodig is om de dans sterk te maken. In de jaren ‘90 was er bijvoorbeeld met name veel strijd over welke stijl ‘echt’ salsa is. De generatie van de jaren ‘80 en ‘90 stroomde niet door in 2000. In 2000 werd er veel kritiek gegeven op de oude manier van dansen, terwijl wij juist veel meer konden dan de rest van de wereld.

Hier wil ik met trots vertellen dat mijn school een poging heeft gedaan om samen te werken, om de dansscene sterker te maken. In 1999 hebben wij initiatief genomen om samen te komen met onder andere de scholen Union Salsa, Salseros, Salsa Labachanga (Gorgen Suarez), Annetje Riel, Dos Bailadores en Salsa.nl. We hebben elkaar ontmoet bij Union Salsa, leuke gedachten uitgewisseld en concepten gemaakt voor bijvoorbeeld grote festivals en samen reclame maken. Helaas was dit na een aantal ontmoetingen niks geworden, omdat iedereen het blijkbaar te druk had. In Arnhem hebben wij het concept gemaakt dat alle scholen maandelijks bijeenkomen om gezamenlijk workshops te geven, telkens op een andere locatie. De eerste keer bij ons was dit een zeer groot succes, maar helaas heeft ook dit geen vervolg gekregen. Een dergelijk concept zou ik adviseren om samen te organiseren, zowel in steden als landelijk. Het zorgt voor sfeer, het is leuk voor cursisten en leuk voor collega's onderling, naast dat je er ook geld mee verdient. In 2008 hadden wij met een groot aantal dansscholen in Arnhem gesproken over samenwerking, waarbij we met de scholen naar Sonsbeekpark zijn gegaan en veel workshops hebben gegeven. Dit om sfeer te maken en te laten zien hoe leuk het is als scholen samenwerken.

Samen met Salseros, Salsa Federation Nederland, Union Salsa en Gabriel (Den haag), hebben wij een bond opgezet met als doel dat het aantal scholen beperkt zou blijven om de kwaliteit te kunnen blijven waarborgen, maar ook om samen concepten te maken om dansen sterk te maken. De scholen die erbij zouden komen zouden goed geselecteerd worden. In die tijd was ook Morry (Den Haag) bezig om een bond op te richten en hij wilde samenwerking in plaats van 2 bonden. Uiteindelijk is dit Salsabond Nederland geworden. Helaas sloot dit niet aan bij hoe ik in gedachte had dat de samenwerking zou verlopen en we de dansscene professioneler zouden kunnen maken. Die bond bestaat nu ook niet meer.

Bij Zouk is het op vergelijkbare wijze gegaan. Er zijn er veel concepten bedacht zonder uiteindelijk een goede samenwerking.

 

Hoe lessen, wedstrijden en shows werden gegeven in de jaren ‘90 en 2000

In de jaren ‘90 lag het accent altijd op één leraar die werd geholpen door een assistent. Alleen Leon en Monique waren een gelijkwaardig koppel. Er was minder structuur, maar de essentie van de dans was zeker aanwezig. Er waren weinig eigen locaties, maar de salsa sfeer was altijd goed te proeven. In 2000 werden veel lessen gegeven met gelijkwaardige partners, waardoor naar mijn mening sommige scholen gegroeid zijn. Veel elementen zijn gegroeid door het verder te kopiëren zonder eigen ideeën erbij. Voorbeeld hiervan is dat de meeste lessen altijd beginnen met warming-up, voetenwerk, om vervolgens samen te gaan dansen. Ik denk echter: op dansfeesten ga je ook niet eerst zelf dansen om vervolgens samen te dansen, dus waarom wel tijdens de les? Het nadeel van deze manier is dat de aandacht voor de muziek minder is, waardoor de essentie verloren gaat. Je kunt wel zeggen dat het warming-up is, maar daar zijn naar mijn mening andere mogelijkheden voor. En voetenwerk kun je zeker ook oefenen, maar op aangepaste muziek en op een geschikt moment. Een goede warming-up vind ik bijvoorbeeld om cursisten te vragen 1 of 2 nummers te dansen met enkel de basis zonder combinaties, zodat ze goed de muziek voelen.

Danswedstrijden en shows van vroeger werden over het algemeen uitgevoerd door mensen uit Zuid-Amerika. Je kon daarbij merken dat er veel verschil was tussen de groepen, door creativiteit, zelf nadenken en niet kopiëren (door social media). De shows duurden langer, doorlopend op verschillende muziek. Voorbeelden hiervan zijn de shows van Amanné, Caurena Bernabela (docent bij dansacademie), Nelson Debret (Amsterdam) en onder andere onze show uit 2002 – die een half uur duurde – met 48 dansers uit onze school, een record. Aan alles was de Zuid-Amerikaanse sfeer te proeven.

Vanaf 2000 werd de kleding vaak meer van hetzelfde en werd gekopieerd van voornamelijk stijldansen. Ook de choreografie van de groepen lag dichtbij elkaar. Veel showkoppels deden andere shows van congressen na – korter, met gemixte muziek – wat vroeger onmogelijk was. Het was duidelijk dat er meer getraind werd dan vroeger, maar helaas speelde kunde een grotere rol dan kunst en het gevoel. Er kwam steeds meer spektakel (bijvoorbeeld spinnen) waardoor de basis van de dans amper meer werd herkend. Jammer is ook dat het laatste jaar veel scholen en leraren shows op facebook posten met bijvoorbeeld 220 spinnen in een show van bijvoorbeeld 2,5 minuut. Ondanks dat ik het knap vind, raakt het mijn gevoel niet. Ik vraag me dan af wat er over blijft van de choreagrafie zonder het spinnen? Wat ik ook jammer vind is dat het publiek elkaars reactie kopieert. Zo wordt er bijvoorbeeld snel gejuicht bij een simpele cambré omdat de week ervoor op een ander congres hetzelfde werd gereageerd. De uitstraling van de dansers is in veel gevallen ook hetzelfde. Bij tango blijft de essentie van de dans in shows meer behouden, doordat je de basis van de dans altijd blijft terugzien.

Bij danswedstrijden in je jaren 2000 was het duidelijk dat het einde van de oude stijlen was aangebroken want de juryleden van de meeste wedstrijden waren LA-salsadansers die de oude stijlen niet of te kort hadden geleerd. Dus als je danste in de oude stijl verloor je. Daarnaast was er weinig brede kennis van andere stijlen zoals salsa on 2. Waar ik altijd moeite mee had is dat er ook wedstrijden kwamen, georganiseerd door dansscholen, die ‘Nederlands kampioenschap’ werden genoemd. De laatste wedstrijd die er werd georganiseerd in 2012 kon wel zo genoemd worden omdat die werd georganiseerd door de salsabond. Zelfs al zou ik een Arnhemse wedstrijd organiseren, dan kan ik het niet een Arnhems kampioenschap noemen. Dat kan alleen als andere scholen mee-organiseren. Daarom komt alles wat ik zelf organiseer op de naam van mijn dansschool.

 

Grote feesten, festivals en danscongressen

In de jaren ‘90 werden de meeste grote feesten georganiseerd, waarbij zeer grote artiesten aanwezig waren, zoals Celia Cruz, Oscar d’Leon, Grupo Niche en meer. Aangezien er niet veel concurrentie was durfde je te investeren en was dit dus ook mogelijk. Het was een verrijking voor de salsa scene, omdat het veel mensen aantrok. Een van de grote festivals, begin 2000, was Cuba festival in Apeldoorn. Echte groepen uit Cuba kwamen daar naartoe. Ook in Groningen en Amersfoort (Dias Latinos) werd (en wordt nog steeds) een groot festival georganiseerd.

De laatste jaren zijn veel zogenaamd grote feesten gekomen, maar die zijn over het algemeen veel kleiner dan toen. Veel feesten worden nu georganiseerd door evenementenbureaus. Deze feesten trekken geen nieuwe mensen aan, er komen vooral mensen op af die al dansen of mensen die al dansen maar geen les meer nemen. Bij deze feesten zie je dat zakelijke gedachtes een grote rol spelen. Zo worden er meerdere shows van dezelfde dansschool voor een bepaald bedrag gegeven. Deze feesten plannen vaak populaire workshops die vooral een zakelijk waarde hebben. Die workshops worden niet ingepland met gedachtes over wat beter is voor de algehele dansscene. Niet iedere populaire dansleraar van het moment kan namelijk goed zijn voor de toekomst. Als het animo voor zouk bijvoorbeeld zakt, dan geven de evenementen er geen aandacht meer aan en is er geen zouk zaal of workshop meer. Wij proberen juist veel dingen met zoukworkshops of -muziek te organiseren, om zouk naar boven te brengen. We hebben een nieuwe zoukshow gemaakt, juist om die reden. Ik denk dat het goed zou zijn als evenementenbureaus zouden samenwerken met serieuze dansscholen die goede workshops kunnen garanderen en kunnen helpen met het aantrekken van nieuwe mensen. Dat is mijns inziens een goed concept om nieuwe mensen naar de scene te trekken. Ook de organisaties van danscongressen moeten leraren uitnodigen die mensen echt goed leren – niet alleen te ingewikkelde combinaties die voor het moment ‘shiny’ zijn maar waar je later niets meer aan hebt. Leraren die ervaring hebben kunnen de dansscene op professionele wijze namelijk verder ontwikkelen (niet alles wat glimt is per se mooi en duurzaam).

 

Leren dansen in 1 dag

De laatste jaren hoor je steeds vaker over dansen in 1 dag, wat ik erg jammer vind. Zeven à acht uur leren kan namelijk niet, zelfs niet bij een dansacademie. Het is belangrijk dat mensen naar de danslessen komen voor de sfeer, en dat ze buiten de lessen op de feesten kunnen oefenen. Op deze manier creëer je sfeer. Je zou zeggen 'als de mensen het willen, waarom niet', maar daar ben ik het niet mee eens. Ik vind dat je als dansleraar beter zou moeten weten en het dus niet zou moeten doen.

Ik kies wel voor kennismakingslessen, en nooit meer dan 3 uur les achter elkaar, zeker niet voor nieuwe mensen.

 

Nieuwe dansconcepten

  • Mijn concept is gebaseerd op wat mensen die niet dansen verwachten van onze dansen.
  • Iedere dans is voor mij één dansstijl, gebaseerd op de naam van de muziek. Er zou bijvoorbeeld geen scheiding moeten zijn tussen salsa on 1, salsa on 2 en Cubaanse salsa omdat het karakter en de muziek van deze dansstijlen hetzelfde is. Ik heb genoeg mensen in mijn dansschool die deze dansen bij elkaar kunnen combineren en dat zie je gewoon als pure salsa. Hetzelfde verhaal bij bachata, kizomba en zouk. Iedere muziek is rijk genoeg om veel dingen bij elkaar te combineren, de wisselende melodieën vragen ook om deze variëteit, niet om een beperking in stijlen.
  • Dansen is gevoel en kunst. Kunnen is mooi meegenomen maar moet niet de hoofdzaak zijn. Op zo’n manier trek je een breed publiek. Voor mensen die veel kunnen kan je altijd een speciale groep maken – bijvoorbeeld een showgroep – maar ook voor hen is het belangrijk dat gevoel en kunst op de eerste plaats moeten staan.
  • In salsa zijn er genoeg elementen om verder ontwikkelen: in plaats van veel combinaties waarin de leiders de volger naar hun linkerkant laten gaan – zoals cross inside turn, cross body walk, cross outside turn enz. – zou de leider ook meer combinaties naar zijn rechterkant kunnen leiden; spintechniek voor de dames vanuit de basis is nu altijd op je rechterbeen naar rechts, maar nooit naar links (in combinaties wordt wel naar links gespind). Probeer dit met iemand die heel lang danst, dan kom je er wel achter wat ik bedoel. Deze elementen zouden de lesstof breder kunnen maken én toegankelijk voor iedereen.
  • Bij zouk is het makkelijk zat omdat het in het verleden zo’n succes was en nu niet meer. Mijns inziens moeten we zouk een identiteit en karakter geven die past bij de muziek en niet blind kopiëren zonder diepere gedachtes (zelfde verhaal bij kizomba).
  • De bachata basis is gebaseerd op de muziek, die in een bepaalde historie is ontstaan. Als je te ver afdwaalt van deze basis met te veel hippe dingen verlies je het karakter van de dans en raak je het gevoel van de mensen niet. Ik kan je garanderen dat de meeste mensen alles leuk vinden aan het begin, maar dan? Als de dans niet het gevoel raakt zwakt het enthousiasme van de mensen snel af.
  • Ik zou met veel liefde dit allemaal in de praktijk waarmaken door het uit te leggen en workshops te geven. Maar alleen met sterke en serieuze organisaties omdat deze workshops steun nodig hebben. Ik draag mijn visie natuurlijk al heel lang uit in mijn dansschool en mijn danslessen, maar dat is anders omdat de mensen daar vanaf het begin van mij leren.
  • Mijn advies voor leraren: vergis je niet in het kunnen van andere leraren, waardeer het als iemand meer kan en probeer er juist van te leren. Je hebt het mooiste beroep dat bestaat! We kunnen mensen en het land blij maken en veel plezier geven, meer dan welk beroep dan ook.
  • Mijn advies voor cursisten: neem lessen bij scholen die dansen met de essentie en het gevoel van de dans. Dan wordt je niet alleen blij tijdens de les, maar ook ervoor en erna. Een goede dansschool kan een positief effect hebben op je leven. Beslis niet te snel door de dichtstbijzijnde en goedkoopste dansschool te kiezen. Dans met plezier en voor plezier voor de anderen, dan heb je het maximum bereikt.


Dit was een samenvatting van 30 jaar danservaring, met veel liefde opgeschreven. Verwacht nog iets heel groots dat de dansscene een stap vooruit gaat brengen op internationaal gebied… (Iets dat over mijn leven gaat van kinds af aan, meer mag ik er niet over zeggen…)

 Meer Latin nieuws

Nieuwe muziek van The Mujer Sonora

Op 3 november kwam de nieuwste single, Casi Muero, uit van Maite Hontelé samen met het Orquesta Aragón en daarbij hoort natuurlijk..

Zwoele ritmes

Tara gaat gebukt onder haar duffe kantoorbaan in hartje Brussel en balanceert op de rand van een burn-out. Dat ze op het..

Advertorial

Volg ons op Twitter: latinworldnl

Kevin Johansen + The Nada

Op 25 november komt Kevin Johansen met zijn band The Nada naar de Melkweg in Amsterdam. Deze Amerikaans-Argentijnse..

Amsterdams Andalusisch Orkest opent Turning East Festival in het Concertgebouw en lanceert hun debuutalbum.

 

LAS HIJAS DE ABRIL, een film van Michel Franco

Op 18 januari 2018 is de premiere van de film Las Hijas de Abril; een bijzondere Spaansta..

Advertorial

Follow us on Instagram: https://www.instagram.com/latinworld.nl/

Première El Dorado World Tour van Shakira uitgesteld

De première van de El Dorado World Tour van Shakira in Keulen is een aantal dagen..

Lula All Stars - Salsa de la Buena

De sound van de Lula All Stars is sterk beïnvloed door de Cubanen, maar om het Cubaans te noemen….

Interview Evelyn Dupuy Ferrer

Ik ken Evelyn alweer enige tijd. Ik heb haar ooit ontmoet in Casa de la Trova, Santiago de Cuba en in Nederland van haar samenwerk...

Advertorial

Biezenmortel Xmas Edition 2017

Churros

De meeste mensen zijn wel bekend met Churros, de Spaanse donut. Deze snack is niet alleen populair in Spanje. Ook in de...

In gesprek met Ephrem J

Na zijn optreden zaterdagavond tijdens Latin dance Night Groningen, hadden wij van Latin-Magazine een kort gesprek met deze..